Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/3.1.1
3.1.1 Twee clusters van complicaties
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS465269:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bureau de l'Union, DdA 1910, p. 5; Potu 1914, p. 49 e.v.
Potu 1914, p. 50.
Actes BC 1908, p. 237 (Rapport de la Commission); art. 11 lid 3 van de Berner Conventie van 1886. Zie ook Dubois 1909, p. 955-956; Osterrieth 1905, p. 265 e.v.
Het Bureau van de Berner Unie becijferde dat '(...) dans le nombre approximatif de 100 procès auxquels l'application de la Convention a donné lieu jusqu'ici, un septième au moins a fait naltre des contestations au sujet de l'accomplissement des formalités.' (Bureau de l'Union, DdA 1910, p. 5).
Vgl. alinea 153 hiervoor.
Actes BC 1908, p. 38 (voorstel Duitsland en Bureau), p. 169 (Procès-verbaux, toespraak gedelegeerde Osterrieth namens gastland Duitsland), p. 238-239 (Rapport de la Commission); Bureau de l'Union, DdA 1895, p. 163; Denkschrift 1909, p. 29; Bureau de l'Union, DdA 1909 (Conférence de Berlin), p. 3; Bureau de l'Union, DdA 1910, p. 2; Potu 1914, p. 36; Pillet 1924, p. 76; Ruffini 1927, p. 519; Ladas 1938, p. 264.
Actes BC 1908, p. 169 (Procès-verbaux, toespraak gedelegeerde Osterrieth namens gastland Duitsland). Met het 'personeel statuut' van het werk werd gedoeld op de lex originis.
Pillet 1924, p. 76. Ruffini 1927, p. 519 spreekt in dit verband over drie uitzonderingen op het beginsel van nationale behandeling: twee expliciete (formaliteiten; beschermingsduur) en één impliciete. Zie ook Potu 1914, p. 36.
Denkschrift 1909, p. 29. Zie ook Dungs 1910, p. 33.
Actes BC 1908, p. 169 (Procès-verbaux, toespraak gedelegeerde Osterrieth namens gastland Duitsland). Hier is niet de object-vraag in het spel (is het toneelstuk een werk van letterkunde of kunst?), maar de vraag of op de auteursrechtelijke bescherming een uitzondering moet worden gemaakt.
Actes BC 1908, p. 169 (Procès-verbaux, toespraak gedelegeerde Osterrieth namens gastland Duitsland).
Actes BC 1908, p. 240 (Rapport de la Commission).
Zie Ruffini 1927, p. 519.
232. Problemen. Welke problemen deden zich voor met betrekking tot de lex originis-uitzonderingen in de conventie van 1886?
233. Probleem 1: formaliteiten. In de eerste plaats bleek de lex originis-uitzondering betreffende de formaliteiten allerlei complicaties te veroorzaken. Zo leidde een triviale fout bij de vervulling van de formaliteiten van de lex originis — bijvoorbeeld een depot van twee foto's in plaats van drie — tot het buitensporige gevolg dat de auteur in alle andere Unielanden verstoken bleef van auteursrechtelijke bescherming.1 Bovendien bleek men in het land van import niet altijd in staat te zijn om de lex originis op de juiste wijze toe te passen op de formaliteitenvraag.2 En het certificaat waaruit moest blijken dat de formaliteiten van de lex originis waren vervuld, werd dikwijls alleen maar gevorderd om de procedure te vertragen, zodat de inbreukmaker de kans kreeg om de dans te ontspringen.3 Dergelijke formaliteitencomplicaties — complicaties waar uiteraard alleen de inbreukmakers bij gebaat waren — deden zich in ten minste één op de zeven procedures voor.4
234. Probleem 2: derde lex originis-uitzondering. Een tweede probleem met de lex originis-uitzonderingen betrof de complicaties die werden veroorzaakt doordat men, naast de twee lex originis-uitzonderingen, in de praktijk een ongeschreven derde lex originis-uitzondering op het Berner beginsel van nationale behandeling bleek te maken. Deze uitzondering werd vrijwel altijd geïnspireerd door de gedachte dat aan een vreemd werk niet méér bescherming moet worden verleend dan `zijn eigen wet' — de lex originis — kent. Dat is, zoals wij hebben gezien, een oude en hardnekkige gedachte.5 In de Berner Conventie van 1886 had deze reflex nog maar een beperkte speelruimte toegemeten gekregen. Artikel 2 lid 2 liet hem duidelijk toe voor wat betreft de beschermingsduur. Anderzijds was ook duidelijk dat hij niet was toegelaten voor wat betreft de omvang van de bescherming. De 'pendant l'existence'-formule, de formule waar vaak ook de omvang van de bescherming onder werd begrepen, was immers uitdrukkelijk door de Berner verdragsopstellers geschrapt. En hoewel de 'pendant l'existence'-formule ook betrekking heeft op het bestaan (`l'existence') van auteursrechtelijke bescherming, zag men in de praktijk kans om op dit punt een lex originis-uitzondering op het beginsel van nationale behandeling te creëren. Men bleek vragen rond het bestaan van auteursrechtelijke bescherming — de 'bestaansvraag' — niet alleen te toetsen aan de wet van het land van import, maar óók aan de lex originis.6 De bescherming onder de wet van het land van import werd aan vreemde werken ontzegd indien zij in hun land van oorsprong geen auteursrechtelijke bescherming genoten. Dat was de heersende leer in vrijwel alle Unielanden, zo stelde men in Berlijn vast:
"(...) que, bien que cela ne paraisse pas avoir été l'idée primitive des auteurs de la Convention de 1886, dans la jurisprudence et la doctrine de la plupart, pour ne pas dire de tous les pays de l'Union, l'application du statut personnel de l'ceuvre est encore requise au point de vue des élements constitutifs de l'ceuvre. En général, la protection réclamée en verte de la Convention est refusée si l'ceuvre n'est pas protégée dans Ie pays d'origine, même abstraction faite de la question des formalités à remplir." 7
235. Zo werd feitelijk een derde lex originis-uitzondering op het beginsel van nationale behandeling gemaakt — een uitzondering die nergens in de conventie stond geschreven.8
236. De reikwijdte van deze uitzondering was daarbij niet scherp afgebakend. Zij had in ieder geval betrekking op de vraag of het werk moest worden aangemerkt als een te beschermen werk van letterkunde of kunst (de 'object-vraag'). Maar ook andere vragen rond het bestaan van auteursrechtelijke bescherming werden onder de reikwijdte van deze ongeschreven uitzondering gebracht. De Duitse regering constateerde in verband met artikel 2 lid 2 van de conventie van 1886:
"Endlich hat aus der eben angeführten Vorschrift die herrschende Meinung die Folgerung gezogen, daß einem fremden Werke der Schutz, der gleichartigen einheimischen Werken zukommt, zu versagen sei, sofern das fremde Werk in seinem Ursprungsland überhaupt nicht zu den geschützten Werken der Literatur und Kunst gehört oder aus bestimmten Gründen wegen seiner Beschaffenheit von Anfang an des Schutzes entbehrte." 9
237. Zo had in Duitsland bijvoorbeeld een discussie gewoed over de vraag of het toneelstuk `Salomé' van Oscar Wilde in Duitsland wel moest worden beschermd, nu dit werk in het Verenigd Koninkrijk waarschijnlijk geen bescherming genoot wegens zijn godslasterlijke karakter — een voorbeeld dat aan de Berlijnse onderhandelingstafel werd opgedist10
238. Deze ongeschreven derde lex originis-uitzondering leidde er doorgaans toe dat de rechthebbende het bestaan van zijn recht (ook) onder de lex originis moest bewijzen.11 Dit was in de praktijk een hindernis voor de auteursrechthebbende. Zij bleek een bron van sabotagemogelijkheden voor chicaneurs. In het Commissierapport van de Berlijnse conferentie wordt gesproken over de chicanes die zij mogelijk maakte:
"(...) mauvaises querelles que pourraient füre au reclamant des chicaneurs qui lui demanderaient de rapporter une justification précise de l'existence de son droit dans le pays d'origine, alors que, devant un tribunal étranger, une règle coutumière ou jurisprudentielle est assez difficile à établir."12
239. Conclusie. Zo waren er, tezamen genomen, twee clusters van complicaties: één rondom de lex originis-uitzondering inzake de formaliteiten, en één rondom de ongeschreven derde lex originis-uitzondering inzake het bestaan van het recht. Dit alles frustreerde, zo moge duidelijk zijn, een effectieve bescherming onder de vigeur van de conventie. Het dualisme van nationale behandeling en lex originis bleek nog steeds tot eclecticisme te leiden, dat onzekerheden, moeilijkheden en ongemakken meebracht.13 De lex originis bleek een grabbelton vol chicanes.