Einde inhoudsopgave
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/3.2.4
3.2.4 Aanvullende waarderingsveronderstellingen
mr. drs. S.W. van den Berg, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
mr. drs. S.W. van den Berg
- JCDI
JCDI:ADS616870:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
E.R. Arzac, Valuation: Mergers, Buyouts and Restructuring, John Wiley & Sons Inc. 2011, p. 293; T.H. Jackson, The Logic and Limits of Bankruptcy Law, Harvard University Press 1986, p. 212; E.D. Hotchkiss e.a., ‘Bankruptcy and the resolution of financial distress’, in: B.E. Eckbo, Handbook of Empirical Corporate Finance, Volume 2, Elsevier, 2008, p. 4; M. Kantor, Valuation for arbitration, compensation standards, valuation methods, and expert evidence, Kluwer Law International 2008, p. 250; S.G. Moyer, Distressed debt analysis, J. Ross Publishing, 2005, 117; S. Chatterji e.a., Loan workouts and debt for equity swaps: a framework for successful corporate rescues, J. Wiley & Sons Ltd. 2001, p. 142; F.M.J. Verstijlen, De faillissementscurator, diss., Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1998, p. 247; N. W.A. Tollenaar, Het pre-insolventieakkoord (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 138.
Zie bijv. P.M. van der Zanden e.a., Waardering van ondernemingen, in de juridische praktijk, Zutphen: uitgeverij Paris 2017, derde druk, p. 60: “Dit kan bijvoorbeeldhet geval zijn in de situatie dat een onderneming beschikt over onroerend goeddat een hoge waarde vertegenwoordigt en waarop gering renderende activitei-ten worden ontplooid.” Zie ook: E.R. Arzac, Valuation: Mergers, Buyouts and Restructuring, John Wiley & Sons Inc. 2011, p. 293.
Vervolgens zijn voor de waardering aanvullende veronderstellingen te maken. Die komen neer op de volgende scenario’s:
continuïteit van de onderneming (going concern);
break-up (gedeeltelijke verkoop van delen van een onderneming); of
discontinuïteit van de onderneming.
Van deze scenario’s of aanvullende veronderstellingen zal het scenario inhoudende de continuïteit van de onderneming in de regel tot de hoogste waarde leiden en als uitgangspunt gelden. Dit is omdat met de (gedeel telijke) continuering van de onderneming in beginsel een meerwaarde wordt gerealiseerd ten opzichte van de beëindiging van de onderneming.1 Dit is echter niet altijd zo en hangt af van de aard van de samengestelde activa van de betreffende onderneming.2
Bij discontinuïteit of beëindiging van de onderneming worden de activa afzonderlijk, op zogenoemde piecemeal basis, verkocht. In paragraaf 3.3 ga ik in op het hiermee verband houdende begrip liquidatiewaarde.
Samenvattend kan het waarderingskader bij het in paragraaf 3.2.1 genoemde voorbeeld nu als volgt worden vormgegeven: een aandeelhouder wenst ten behoeve van een mogelijke verkoop inzicht te krijgen in de aandelenwaarde (de doelomschrijving van de waarderingsopdracht;paragraaf 3.2.1), waarbij wordt uitgegaan van een transactiewaarde en een value in use (voor hemzelf). In deze context kan de waarderingsdeskundige kiezen voor de fair market value of de waarde in het economische verkeer (de waardemaatstaf of -standaard; paragraaf 3.2.2). Deze keuze zal onder andere afhangen van de beschikbare informatie. De waarderingsdeskundige zal bij de schatting van de aandelenwaarde waarschijnlijk uitgaan van het financieel-economisch waardebegrip (het waardebegrip; paragraaf 3.2.3). Met de transactie wordt de continuïteit van de onderneming beoogd en wordt dus uitgegaan van de going concern waarde in handen van derden (de overige veronderstelling; paragraaf 3.2.4).