Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/7.4.1:7.4.1 Inleiding
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/7.4.1
7.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648700:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de invoering van het Nederlands Burgerlijk Wetboek in 1992 is de rechtsfiguur hoofdelijkheid gewijzigd. De groepsvrijstellingsregeling in de huidige vorm dateert van 1988. Zoals uit de vorige paragraaf is gebleken, zijn de voorlopers van artikel 2:403 BW van nog veel eerdere datum. De hoofdelijke aansprakelijkheid is reeds tijden terug in de groepsvrijstellingsregeling geïncorporeerd.
Geconstateerd moet worden dat de hoofdelijkheid binnen de groepsvrijstellingsregeling steeds in ongewijzigde vorm is gehandhaafd, terwijl deze hoofdelijkheid tussentijds wel is geëvolueerd, zo zal in dit hoofdstuk blijken. Is door de evolutie van de rechtsfiguur hoofdelijkheid de groepsvrijstellingsregeling mee geëvolueerd? En is door de wijziging van de inhoud van de rechtsfiguur hoofdelijkheid de inhoud van de groepsvrijstellingsregeling de facto veranderd?
Om voorstaande reden kan een korte analyse van de geschiedenis van de ontwikkeling van de rechtsfiguur hoofdelijkheid niet ontbreken. Omdat het niet binnen het bestek van dit werk past om de geschiedenis van de rechtsfiguur hoofdelijkheid uitgebreid te behandelen en er reeds gedegen naslagwerken over hoofdelijkheid bestaan, volgt slechts in vogelvlucht de geschiedenis van de rechtsfiguur hoofdelijkheid. De ontwikkeling start in het Romeinse recht en loopt door tot de rechtsfiguur hoofdelijkheid zoals die thans in het huidige Burgerlijk Wetboek is opgenomen.