Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/7.5.2
7.5.2 De administratie van een levensverzekeraar en een natura-uitvaartverzekeraar is niet volledig juist en niet geheel volledig
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949772:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:119 Wft.
In veel polisvoorwaarden is daarom opgenomen dat kennisgevingen door de verzekeraar aan de verzekeringnemer rechtsgeldig geschieden aan diens laatste bij de verzekeraar bekende adres. Zie hierover Asser/Wansink, Van Tiggele & Salomons 7-IX 2019/252.
Zie voor een nadere toelichting hoofdstuk 7.6.
Zie het advies op https://www.post.nl voor het geval iemand post voor de vorige bewoner ontvangt: “1. Zet met pen een kruis door de adresgegevens. 2. Schrijf op de envelop (of kaart) ‘Vertrokken – Retour afzender’. 3. Stop de post in een oranje brievenbus of geef deze af op een Post NL-punt. 4. Post NL stuurt alle zendingen retour naar de afzender.”
Art. 7:941 lid 1 BW. Zie hierover Asser/Wansink, Van Tiggele & Salomons 7-IX 2019/259.
Art. 7:941 lid 1 BW. Zie hierover Asser/Wansink, Van Tiggele & Salomons 7-IX 2019/260.
Kalkman 2013, p. 217. Deze inspanningsverplichting geldt niet alleen indien de verzekering door het overlijden van de verzekerde opeisbaar is geworden, maar ook indien een levensverzekering op grond waarvan bij in leven zijn op een bepaalde datum recht bestaat op een uitkering expireert. Een dergelijke casus was aan de orde in de uitspraak van de Tuchtraad Financiële Dienstverlening nr. 22-006 d.d. 22 maart 2022 (https://www.tuchtraadfd.nl). De verzekering strekte tot een uitkering bij in leven zijn aan klager op de einddatum 18 december 2005. Hij heeft zich na de einddatum niet gemeld bij de verzekeraar. De klager was niet meer woonachtig op het adres waar hij bij het afsluiten van de verzekering woonde, en had ook geen adreswijziging doorgegeven. De verzekeraar heeft in februari 2019 contact met klager opgenomen en hem gemeld dat de expiratiewaarde van de verzekering nog steeds voor hem stond gereserveerd. In rechtsoverweging 5.3 van deze uitspraak staat daarover onder meer dat de aanleiding voor de verzekeraar om in 2019 contact met klager te zoeken was dat de verzekeraar een regeling met de Belastingdienst had getroffen die mogelijk maakte dat verzekeringnemers van langer verstreken lijfrenteverzekeringen alsnog een direct ingaande lijfrente konden aankopen. Ook had de verzekeraar inmiddels ervaring met het zoeken naar onvindbare begunstigden bij beleggingsverzekeringen. Er ontstond een geschil over de rente over de uitkering. De discussie daarover eindigde door bemiddeling door de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening. Vervolgens heeft de voorzitter daarvan aan de Tuchtraad Financiële Dienstverlening gevraagd te onderzoeken of de verzekeraar in strijd heeft gehandeld met tuchtrechtelijke bepalingen. In het onderdeel van de uitspraak over de administratie van de verzekeraar stelde de tuchtraad onder meer: “Zij dienen zich voorts in te spannen om, na expiratie, in contact met betrokkenen/begunstigden te komen, en deze daartoe op te sporen.” en “De omstandigheid dat klager had nagelaten om zijn adreswijziging door te geven, ontslaat aangeslotene niet van deze inspanningsverplichting.” (rechtsoverweging 7.3).
Ledencirculaire van het Verbond van Verzekeraars SL 2014-1. Aan het advies van het Verbond van Verzekeraars wordt gerefereerd in rechtsoverweging 6.3 van de uitspraak van de Tuchtraad Financiële Dienstverlening nr. 22-006 d.d. 22 maart 2022.
Het Verbond van Verzekeraars heeft voor deze situaties een “zoekservice” georganiseerd. Nadat een nabestaande eerst zelf heeft geprobeerd om uit te zoeken of en waar nog een polis loopt, kan hij deze “zoekservice” inschakelen. Het Verbond van Verzekeraars vraagt dan aan de deelnemende verzekeraars of de persoon in kwestie verzekerd was. Op basis van de aangeleverde informatie zoeken deze verzekeraars in hun eigen administratie naar verzekeringen op het leven van de overledene. Deze “zoekservice” en de toelichting daarop zijn te vinden via https://zoekservice.vanatotzekerheid.nl.
Dit worden “slapende” polissen genoemd. In een nieuwsbericht wordt deze problematiek als volgt toegelicht “Verzekeraars gaan nu zelf op zoek als ze vaststellen of vermoeden dat een verzekering uitgekeerd moet worden, maar nog geen claim is ontvangen. Bijvoorbeeld als de uitkeringsdatum is bereikt maar post retour komt. Of als de verzekerde 110 jaar oud zou zijn, maar er nog geen overlijden is gemeld. De middelen om begunstigden te traceren zijn echter beperkt en voordat de verzekeraar het vermoeden van een niet geïnde claim krijgt, kan veel tijd zijn verstreken.” Zie https://www.amweb.nl/136231/verzekeraars-impuls-voor-uitkering-aan-onvindbaren.
Zie hoofdstuk 7.5.3 onder 3 van dit onderzoek.
Het verzetrecht op grond van de Wft komt toe aan de verzekeringnemer of zijn rechtsopvolger, doch indien een uitkering uit de verzekering opeisbaar is, de tot de uitkering gerechtigde.1 Een levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar heeft voor het versturen van individuele kennisgevingen aan verzetgerechtigden dus de juiste bereikbaarheidsgegevens nodig van (1) verzekeringnemers en (2) voor wat betreft de verzekeringen waarvan een uitkering al opeisbaar is, van uitkeringsgerechtigden.
Ad 1. De adressen van verzekeringnemers.
Een verzekeringnemer moet bij aanvang van de verzekeringsovereenkomst uiteraard zijn adresgegevens verstrekken. Indien het adres gedurende de looptijd van de verzekering wijzigt, en de verzekeringnemer geeft deze wijziging niet door aan de verzekeraar, dan staat hij met een onjuist adres in de administratie van de verzekeraar.2 Indien deze verzekeringnemer er uitdrukkelijk mee heeft ingestemd om mededelingen waartoe de verzekeringsovereenkomst aanleiding geeft langs elektronische weg te ontvangen,3 dan is het ontbreken van het juiste postadres geen probleem. De verzekeraar kan dan immers een mededeling langs elektronische weg versturen. Maar in die gevallen waarin de verzekeringnemer niet uitdrukkelijk heeft ingestemd met mededelingen langs elektronische weg (en de verzekeraar waarschijnlijk dus ook geen ‘elektronisch adres’ van die verzekeringnemer in zijn administratie heeft) dan is er wel een probleem. Indien de verzekeraar een brief verstuurt aan deze verzekeringnemer, dan zal de verzekeraar deze brief via Post NL weer retour ontvangen.4 Het is voor de verzekeraar niet mogelijk vervolgens de juiste adresgegevens van de desbetreffende verzekeringnemers op te vragen uit de Basisregistratie Personen. Ik licht dat hierna toe.
Ad 2. De namen en adressen van uitkeringsgerechtigden van verzekeringen die door het overlijden van de verzekerde al opeisbaar zijn.
Zodra de verzekeringnemer of de tot uitkering gerechtigde van de verwezenlijking van het risico op de hoogte is, of behoort te zijn, is hij verplicht aan de verzekeraar de verwezenlijking te melden.5 Hij moet dat doen zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is.6
Indien de levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar op de hoogte is dat de verzekerde is overleden, dan dient de verzekeraar een redelijke inspanning te verrichten om de gegevens van de gerechtigde(n) op de uitkering te achterhalen.7 Het Verbond van Verzekeraars heeft levensverzekeraars in een circulaire zoekacties geadviseerd zoals het (nogmaals) aanschrijven van het laatst bekende adres, contact opnemen met de tussenpersoon, zoeken op internet en het aanschrijven van de gemeente van de laatst bekende woonplaats om informatie te vragen uit de Basisregistratie Personen.8
De verzekeringnemer en de tot uitkering gerechtigde komen hun meldingsplicht bij verwezenlijking van het risico (hier dus: het overlijden van de verzekerde) echter niet altijd na. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de tot uitkering gerechtigde niet op de hoogte is van het bestaan van een levensverzekering of natura-uitvaartverzekering. Bijvoorbeeld in het geval dat de verzekerde is overleden, en de verzekerde ook de verzekeringnemer was van deze verzekering, kan het dan gebeuren dat de nabestaanden zelf een uitvaart gaan regelen, zonder ervan op de hoogte te zijn dat er een natura-uitvaartverzekering is (terwijl de polisvoorwaarden waarschijnlijk ook voorschrijven dat de uitvaart verzorgd moest worden door een aan de natura-uitvaartverzekeraar gelieerde uitvaartverzorger). Het kan bijvoorbeeld ook zo zijn dat de tot uitkering gerechtigde wel weet dat er een levensverzekeringsovereenkomst was afgesloten, maar dat hij niet weet bij welke verzekeraar. Het zal hem dan enige tijd kosten om dat op te helderen.9 Met name bij “oude” polissen met een relatief “klein” verzekerd bedrag (destijds bijvoorbeeld afgesloten om met de uitkering de rekening van een begrafenis te betalen) komt het ook voor dat vergeten wordt dat er ooit een levensverzekeringsovereenkomst is gesloten.10
De levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekeraars krijgen thans géén melding uit de Basisregistratie Personen van het overlijden van ingezetenen van Nederland. Indien na de verwezenlijking van het risico de verzekeringnemer noch de tot uitkering gerechtigde zich meldt bij de verzekeraar, dan is de verzekeraar er dus niet van op de hoogte dat een uitkering opeisbaar is en er een tot uitkering gerechtigde is.
Kortom, indien een verzekeraar in verband met een voorgenomen overdracht van individuele levensverzekeringen of natura-uitvaartverzekeringen individuele kennisgevingen zou willen versturen aan degenen die op grond van de Wft een verzetrecht hebben, dan loopt hij op dit moment tegen twee problemen aan:
Met betrekking tot verzekeringen waarvan er geen sprake van is dat een uitkering uit de verzekering opeisbaar is, en waarbij het verzetrecht dus toekomt aan de verzekeringnemer, zal een aantal brieven retour afzender komen, omdat sommige verzekeringnemers een wijziging van adres niet hebben gemeld. De verzekeraar kan de juiste adressen niet opvragen uit de Basisregistratie Personen.
Bij verzekeringen waarvan door het overlijden van de verzekerde al een uitkering opeisbaar is, zal een aantal uitkeringsgerechtigden geen brief ontvangen omdat de verzekeraar er niet van op de hoogte is dat de verzekerde is overleden. De verzekeraar weet dan niet dat er al iemand uitkeringsgerechtigd is. Verzekeraars ontvangen op dit moment geen melding uit de Basisregistratie Personen van het overlijden van ingezetenen van Nederland.
Anders gezegd, de verzekeraar zal met individuele kennisgevingen niet al degenen bereiken die op grond van de Wft een verzetrecht hebben. Het eerste probleem blijft bestaan. Aan de oplossing van het tweede probleem wordt echter gewerkt.11