Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars
Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/1::Bijlage 1: Optas/Aegon jurisprudentie relevant voor het antwoord op de onderzoeksvraag (in chronologische volgorde)
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/1:
Bijlage 1: Optas/Aegon jurisprudentie relevant voor het antwoord op de onderzoeksvraag (in chronologische volgorde)
Documentgegevens:
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950505:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de beantwoording van mijn onderzoeksvraag: “Welke rechten heeft de betrokken polishouder indien zijn verzekeraar de verzekeringsportefeuille, waarvan de verzekeringsovereenkomst deel uitmaakt, overdraagt aan een andere verzekeraar, of in geval van een juridische fusie of juridische splitsing, waarbij de verzekeringsportefeuille overgaat naar een andere verzekeraar?” zijn de uitspraken van rechters die vanaf begin 2019 tot heden zijn gewezen naar aanleiding van de geschillen tussen verzekerden van Optas Pensioenen enerzijds en anderzijds Aegon Levensverzekering en/of DNB relevant.
Deze jurisprudentie heeft betrekking op meerdere rechtsvragen. Ik heb ervoor gekozen deze uitspraken niet op één plek in dit proefschrift gezamenlijk te bespreken, maar in de specifieke hoofdstukken waarvoor de desbetreffende uitspraak van belang is. Om de bespreking van deze uitspraken makkelijker te kunnen vinden, heb ik in een overzicht aangegeven waar ik een uitspraak heb behandeld en wat de essentie is van een uitspraak.
Hoofdstuk van dit proefschrift
Essentie
Rb. Den Haag 21 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2195, JIN 2019/67, m.nt. M. Poelsema; Rechtspraak Notariaat 2019/51; JONDR 2019/462; JOR 2019/131, m.nt. H. Koster (Optas).
5.6
Betreft het verzetrecht omschreven in art. 2:316 BW tegen een voorgenomen juridische fusie. De enkele omstandigheid dat de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de fusie minder waarborg zal bieden dat de gepretendeerde vordering van verzoekster zal kunnen worden voldaan, kan niet zonder meer leiden tot gegrondverklaring van het verzet. ‘Minder waarborg’ is niet doorslaggevend, het gaat erom of er door de fusie een verandering plaatsvindt als gevolg waarvan alsdan reële twijfel rijst omtrent de mogelijkheden tot voldoening van de vordering na de fusie.
Voorzieningenrechter Rb. Rotterdam 12 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5587, JOR 2019/256, m.nt. S.M.C. Nuijten; PJ 2019/114 (Optas).
6.6
DNB kan zich in beginsel niet op haar geheimhoudingsverplichtingen jegens de verzekeraar beroepen indien een belanghebbende die bezwaar wil maken tegen het instemmingsbesluit van DNB verzoekt om dat besluit te verstrekken.
Rb. Rotterdam 26 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1486 (Optas); Rb. Rotterdam 26 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1487 (Optas); Rb. Rotterdam 26 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1488 (Optas); Rb. Rotterdam 26 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1489 (Optas). Deze uitspraken zijn gepubliceerd respectievelijk besproken in: Rechtspraak Financieel recht 2021/61, m.nt. R. van de Meerakker; PJ 2021/44; Pensioenrecht Updates 2021/50; Van Wijk en Land, VAST 2021/N-021; Van Wijk, de Beursbengel juli-augustus 2021, p. 27.
6.6
Een polishouder is belanghebbende in de zin van art. 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van het instemmingsbesluit van DNB op grond van art. 3:119 lid 4 Wft ter zake een portefeuilleoverdracht, juridische fusie of juridische splitsing van verzekeraars. De consequentie hiervan is dat de polishouder bij DNB bezwaar kan instellen tegen het instemmingsbesluit. Tegen het besluit van
DNB naar aanleiding van het bezwaarschrift kan hij vervolgens in beroep bij de bestuursrechter.
Rb. Rotterdam 26 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1485, PJ 2021/43; Pensioenrecht Updates 2021/51 (Optas).
6.6;
Voetnoot 316 van 6.10
Relevant in verband met de termijn voor het indienen van bezwaar bij DNB.
Rb. Den Haag 29 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10376, PJ 2021/134, m.nt. E. Lutjens; Pensioenrecht Updates 2021/197; JOR 2022, 281, m.nt. H. Koster (Optas/Aegon);
Rb. Den Haag 29 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10377 (Optas/Aegon).
5.9
De Rechtbank Den Haag oordeelt dat art. 1:23 Wft in de weg staat aan nietigheid van het besluit tot juridische fusie in het geval dat een rechtsgeldig instemmingsbesluit van DNB ontbreekt. Het ontbreken van een rechtsgeldig instemmingsbesluit van DNB kan daardoor niet leiden tot vernietigbaarheid van de juridische fusie op grond van art. 2:323 lid 1 onder c BW.
CBb 14 december 2021, ECLI:NL:CBB:2021:1063, Nederlands Juristenblad 2022/250; Jurisprudentie Bestuursrecht 2022/37, m.nt. R.J.N. Schlössels; JOR 2022/64, m.nt. S.M.C. Nuijten; JIN 2022/78, m.nt. R.J.N. Schlössels; Pensioenrecht Updates 2022/66; Rechtspraak Financieel recht 2022/37; AB Rechtspraak Bestuursrecht 2022/204, m.nt. R. Stijnen; JONDR 2022/479; Ondernemingsrecht 2022/22, m.nt. A.M.M. Menken (Polishouders Optas/DNB).
6.6
Ook het CBb oordeelt dat een polishouder belanghebbende is in de zin van art. 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van het instemmingsbesluit van DNB op grond van art. 3:119 lid 4 Wft ter zake een portefeuilleoverdracht, juridische fusie of juridische splitsing van verzekeraars. Anders gezegd, het CBb heeft in hoger beroep de uitspraken van de Rechtbank Rotterdam uit 2021 met de nummers 1486, 1487, 1488 en 1489 in stand gelaten.
CBb 3 mei 2022, ECLI:NL:CBB:2022:204, PJ 2022/66; ABkort 2022/243 (Optas).
6.6;
Voetnoot 316 van 6.10
FNV Havens ging in hoger beroep van Rb. Rotterdam 26 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1485 (Optas). De aangevallen uitspraak – met betrekking tot de overschrijding van de termijn voor het indienen van bezwaar bij DNB tegen het instemmingsbesluit van DNB met de juridische fusie – werd door het CBb bevestigd. Het CBb zag geen aanknopingspunt om de termijnoverschrijding door FNV Havens als verschoonbaar aan te merken.
Rb. Rotterdam 13 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:914 en Rb. Rotterdam 13 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:915, JOR 2023/105, m.nt. A.M.M. Menken; PJ 2023/39, m.nt. S.H. Kuiper; Van Wijk, Vervuurt en Hamelijnck, VAST 2023/B-012; Pensioenrecht Updates 2023/30 (Eisers/DNB).
1.4, 1.5, 2.2.6, 6.6.8, 6.7.5
De Rechtbank Rotterdam moest zich uitspreken over het beroep van eisers tegen het besluit van DNB van 8 juni 2021, waarin DNB de bezwaren van eisers ongegrond verklaarde en het instemmingsbesluit ter zake van de juridische fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering handhaafde.
Het bestreden besluit werd vernietigd wegens strijd met art. 7:4 Awb.
Daarnaast werd het bestreden besluit vernietigd, omdat DNB volgens de rechtbank voorafgaand aan het instemmingsbesluit geen juiste toepassing heeft gegeven aan art. 3:119 lid 1 Wft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft DNB met haar opdracht aan Optas/Aegon om van de voorgenomen portefeuilleovergang mededeling te doen in drie landelijke dagbladen onvoldoende oog gehad voor de belangen van de polishouders en dus een onjuiste toepassing gegeven aan art. 3:119 lid 1 Wft.
5.9, 6.6.8
Het Gerechtshof Den Haag moet in hoger beroep oordelen over de uitspraken van de Rechtbank Den Haag van 29 september 2021.
6.6.8, 6.7.5
Het CBb zal in hoger beroep oordelen over de uitspraken van de Rechtbank Rotterdam van 13 februari 2023.