Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/4.3.3
4.3.3 Gebondenheid van de vervreemder
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS473186:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. art. (6:159 lid 3 jo.) 6:156 lid 2 BW. Vgl. ook de omzetting van een voorwaardelijk aangegane verbintenis in een zuivere verbintenis door een eenzijdige wilsverklaring van de degene in wiens belang de voorwaarde is gemaakt. Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2011/164 en HR 12 november 2005, NJ 2005/500 (Aerts/Koops).
Vgl. art. 3:110 BW.
Vgl. MvA II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 403.
HR 24 maart 1995, NJ 1996/158, m.nt. W.M. Kleijn (Hollander’s kuikenbroederij). Zie ook HR 28 april 1989, NJ 1990/252, m.nt. W.M. Kleijn (Puinbreekinstallatie).
159. De levering bij voorbaat kan eerst na verwerving van het goed door de vervreemder tot een overdracht aan de verkrijger leiden. Niettemin is de vervreemder in de periode tussen het verrichten van de levering en de verwerving van het geleverde goed “zakelijk gebonden”. De vervreemder kan als uitgangspunt niet tussentijds en eenzijdig de werking ontnemen aan de bij voorbaat verrichte levering en op die wijze het uiteindelijke rechtsgevolg van een automatische overdracht verijdelen. Een bevoegdheid om zich eenzijdig aan de werking van de levering bij voorbaat te onttrekken zal de vervreemder moeten bedingen bij de verkrijger. Deze regel is in hoge mate vergelijkbaar met die betreffende de herroeping van een bij voorbaat gegeven toestemming voor schuld- of contractoverneming.1
De “gebondenheid” aan de eerdere levering blijkt uit art. 3:97 lid 2 BW.2 Uit deze bepaling volgt dat een latere levering bij voorbaat van hetzelfde toekomstige goed in beginsel niet werkt ten opzichte van een verkrijger die het goed eerder bij voorbaat geleverd heeft gekregen.3 De vervreemder is dus niet in staat om de eerdere levering bij voorbaat haar werking te ontnemen door het goed nogmaals en aan een ander bij voorbaat te leveren. Voor de levering van toekomstige roerende zaken vinden deze gebondenheid van de verkrijger aan de levering bij voorbaat en de mogelijkheid om anders overeen te komen met de verkrijger uitdrukkelijke bevestiging in HR 24 maart 1995, NJ 1996/158 (Hollander’s kuikenbroederij). De vervreemder die zijn toekomstige roerende zaak bij voorbaat c.p. heeft geleverd door te verklaren dat hij de zaak zal gaan houden voor de verkrijger, zodra hij het bezit daarvan heeft verkregen, kan zich niet eenzijdig hieraan onttrekken door een tussentijdse wilswijziging. De eerdere levering bij voorbaat behoudt haar werking, ook indien de vervreemder op het tijdstip dat hij de zaak verwerft deze niet langer voor de verkrijger wil gaan houden. Een eventuele “contraire wil” die zich na het verrichten van de levering heeft gevormd, is in dit verband zonder relevantie. Dat kan anders zijn, volgens de Hoge Raad, indien degene die roerende zaken ingevolge een eerdere levering bij voorbaat in beginsel zou verkrijgen, met de vervreemder is overeengekomen dat deze de vrijheid heeft zich eenzijdig te onttrekken aan de verplichting om de zaken voor eerstgenoemde te gaan houden.4
De tussentijdse gebondenheid van de vervreemder aan de levering verhindert niet dat de vervreemder langs andere wegen (eenzijdig of anderszins zonder medewerking van de verkrijger) het rechtsgevolg van een automatische overdracht kan frustreren door de vervulling van een van de overige vereisten voor overdracht te beletten. De gebondenheid verhindert bijvoorbeeld niet dat de vervreemder tussentijds de overeenkomst die als titel zal fungeren ontbindt of krachtens een afspraak met de toekomstige schuldenaar de overdraagbaarheid van de bij voorbaat geleverde vordering beperkt. Tot het verrichten van dergelijke handelingen blijft de vervreemder bevoegd. Dat laat onverlet dat de vervreemder in zijn verhouding tot de verkrijger aansprakelijk kan zijn voor het verhinderen van de automatische overdracht of bezwaring en dat de verkrijger een beroep kan toekomen op vernietiging van de frusterende handeling als paulianeus.