Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/4.7.12.5
4.7.12.5 Het gebruik van disclaimers
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS504905:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover Van de Sande 2018, p. 296-298, waaraan een deel van deze paragraaf is ontleend.
In deze paragraaf wordt ervan uitgegaan dat de gelding van een disclaimer niet voortvloeit uit een overeenkomst tussen de overheid en de burger. Zie over contractuele disclaimers Siemerink, Van Eijden & Van Esch 2006, p. 145-146 en Visser 2005.
Zie over de andere doelen van disclaimers Siemerink, Van Eijden & Van Esch 2006, p. 143-144.
Zie Hijma e.a. 2016, p. 301.
No 16 augustus 2011, Rapport 2011/204, p. 15 (Digitaal verkeer tussen overheid en burger). In 1997 kon Verheij nog schrijven dat bestuursorganen niet voor niets steevast in hun voorlichtingsbrochures vermelden dat aan de inhoud daarvan geen rechten kunnen worden ontleend. Zie Verheij 1997, p. 82.
Dat is soms anders, zie bijvoorbeeld Rb. Den Haag 3 april 2013, NJF 2013/212 (Spoorwegpensioen).
https://www.kvk.nl/disclaimer, laatst geraadpleegd op 31 oktober 2018.
Vgl. ten aanzien van deze formulering artikel 40 Hrw 2007.
https://www.rvo.nl/disclaimer, laatst geraadpleegd op 16 november 2015. Zie ook de voorbeelden van Prins 2003, p. 2033.
https://www.rvo.nl/over-rvonl/over-deze-website/proclaimer, laatst geraadpleegd op 31 oktober 2018. De proclaimer vermeldt dat RVO verantwoordelijk is voor de inhoud van de website en er alles aan doet om de website ‘actueel te houden en u de juiste informatie te geven. Van RVO.nl mag u het volgende verwachten: – onze informatie is correct en actueel, onze teksten en ons beeldmateriaal zijn nooit kwetsend, stuitend of discriminerend van aard en – onze teksten zijn begrijpelijk.’
Barendrecht e.a. 2002, p. 26.
Een disclaimer kan juridisch namelijk ook worden aangemerkt als een mededeling, die geen wilsuiting is. Vgl. Hijma e.a. 2016, p. 26.
Artikel 3:37 lid 3 BW. Betwijfeld kan worden of een disclaimer is ‘gericht tot een bepaalde persoon’, zoals bedoeld in dit artikellid.
Vgl. het strafrechtelijke Hof Arnhem 19 augustus 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BN4204, r.o. 4.4 (AEL).
Siemerink, Van Eijden & Van Esch 2006, p. 147.
Barendrecht e.a. 2002, p. 26.
Vgl. Van Ravels 2004, p. 289.
Zie bijvoorbeeld Rb. ‘s-Gravenhage (vzr.) 5 januari 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BK8302, r.o. 3.6 (PrivaZorg/Staat): ‘De uitsluiting van elke aansprakelijkheid van onjuistheden in de brochure laat onverlet dat de Staat onrechtmatig jegens PrivaZorg kan handelen door onjuiste informatie in de brochure te laten staan, ook nadat hij uitdrukkelijk op die onjuistheden is gewezen.’ Daargelaten wordt of een beroep van de overheid op een exoneratieclausule zoals een disclaimer, gegeven de omstandigheden van het geval, toelaatbaar is. Naar analogie kan (onder veel meer) worden gewezen op HR 19 mei 1967, NJ 1967/ 261 (Saladin/HBU), HR 12 december 1997, NJ 1998/208 (Stein/Driessen) en HR 15 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW0727, NJ 2015/155 m.nt. J.B.M. Vranken (Bindend advies). Zie ook Rijken 1983, p. 27-29.
Siemerink, Van Eijden & Van Esch 2006, p. 147.
Volgens Van Dam 2004, p. 238, wordt de waarde van overheidsvoorlichting bij voorbaat ondergraven door het gebruik van een exoneratie.
HR 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6162 (Savills/Pasman).
Barendrecht e.a. 2002, p. 27.
Zie bijvoorbeeld Rb. Zutphen 11 februari 2009, ECLI:NL:RBZUT:2009:BH7596, r.o. 4.8 (Woonhuis Apeldoorn), waarin werking werd onthouden aan een disclaimer op de grond dat zij algemeen van aard was en kennelijk standaard onder e-mailberichten van de betreffende gemeente werd opgenomen, en ABRvS 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:99, JB 2014/62 m.nt. G. Overkleeft-Verburg, r.o. 5.1 (Hoge Raad van Adel), waarin een disclaimer niet tot gevolg had dat een e-mail van de secretaris van de Hoge Raad van Adel geen besluit was. Zie verder (over e-maildisclaimers) Visser 2005.
HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1176 (Meetinstructie).
Vgl. Rb. Den Haag 3 april 2013, NJF 2013/212 (Spoorwegpensioen).
Zie ook CRvB 23 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2624, AB 2018/397 m.nt. L.J.A. Damen, JB 2018/191 m.nt. C.N.J. Kortmann (Verhaal WGA-uitkering).
In het verlengde van de problematiek van het voorbehoud, ligt die van het gebruik van disclaimers door de overheid.1 Een disclaimer is een mededeling in een overheidspublicatie waarmee wordt beoogd om aansprakelijkheid te beperken. Hij wordt met name op overheidswebsites maar ook onder e- mails van ambtenaren en andere overheidsbeambten aangetroffen.2 Disclaimers worden bijvoorbeeld gebruikt om aansprakelijkheid voor onjuistheden en onvolledigheden van informatie op een website op voorhand – en ongeacht de persoon die daarvan kennisneemt – te verwerpen.3 In wezen is sprake van een exoneratie, in de zin dat wordt beoogd om aansprakelijkheid te beperken ten opzichte van hetgeen zonder de disclaimer zou gelden.4 Ondanks een afspraak tussen het Rijk en de decentrale overheden uit 2010 om geen disclaimers meer te gebruiken, moest de Nationale Ombudsman in 2011 concluderen dat een disclaimer nog steeds werd gebruikt door vele instanties.5 De Ombudsman vindt het hanteren van een disclaimer niet behoorlijk, omdat de burger moet kunnen vertrouwen op de juistheid van informatie, ook als die in een e-mailbericht is opgenomen. Onder brieven staat geen disclaimer vermeld,6 en volgens de Ombudsman moet dat voor e-mailberichten niet anders zijn, waaraan niet afdoet dat die vaker voor informele contacten worden gebruikt. Wat er ook zij van deze redenering, feit is in elk geval dat niet alle decentrale overheden zich hiervan iets hebben aangetrokken. Bepaald niet zeldzaam is de mededeling onder de e-mails van medewerkers van zekere gemeenten dat ‘deze persoon mededeelt dat hij/zij niet is gemandateerd om besluiten te nemen, noch bevoegd is om de gemeente privaatrechtelijk te binden’.
Ook op websites van de overheid wordt (nog steeds) gebruikgemaakt van disclaimers.
Op de website van de Kamer van Koophandel staat bijvoorbeeld dat ik mij, door die website te bezoeken en/of de op of via die website aangeboden informatie te gebruiken, akkoord verklaar met de toepasselijkheid van een disclaimer.7 Die disclaimer beschrijft (onder het kopje ‘Gebruik van de KvK-website’) dat ‘de informatie op de website uitsluitend [is] bedoeld als algemene informatie. Er kunnen geen rechten aan de informatie op deze website worden ontleend. Hoewel de Kamer van Koophandel zorgvuldigheid in acht neemt bij het samenstellen en onderhouden van deze website en daarbij gebruik maakt van bronnen die betrouwbaar geacht worden, kan de Kamer van Koophandel niet instaan voor de juistheid, volledigheid en actualiteit van de geboden informatie.8De Kamer van Koophandel garandeert evenmin dat de website foutloos of ononderbroken zal functioneren. De Kamer van Koophandel wijst iedere aansprakelijkheid ten aanzien van de juistheid, volledigheid, actualiteit van de geboden informatie en het (ongestoord) gebruik van deze website uitdrukkelijk van de hand.’ Een ander voorbeeld kon recent nog worden aangetroffen op de website van de RVO, waarop werd vermeld dat de RVO streeft naar correcte en actuele informatie op haar website, maar niet kan garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop zij wordt ontvangen, of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is.9 Daarom kunt u geen rechten ontlenen aan de informatie. De RVO stelde tevens dat zij geen aansprakelijkheid aanvaardt voor schade als gevolg van onjuiste en/of gedateerde informatie, en niet verantwoordelijk is voor de inhoud van sites waarnaar wordt verwezen. Deze disclaimer is inmiddels vervangen door een zogenoemde proclaimer.10
Er kan over worden getwist of de burger is gebonden aan een exoneratie in de vorm van een disclaimer als hij een website raadpleegt, zoals Barendrecht e.a. terecht signaleren.11 Ten eerste is de grondslag van de binding van de burger aan een disclaimer niet zonneklaar. Vereist is in elk geval dat een disclaimer op een overheidswebsite kan worden aangemerkt als een verklaring,12 waarmee de overheid uiting geeft aan de wil om aansprakelijkheid uit te sluiten. Deze verklaring moet de burger ook daadwerkelijk hebben bereikt,13 waartoe in elk geval is vereist dat deze voldoende zichtbaar en opvallend is op de website.14 Vervolgens rijst de vraag naar de betekenis van deze verklaring ten opzichte van de burger die de website bezoekt. Volgens Siemerink, Van Eijden & Van Esch hangt de invloed van een disclaimer af van de bewoordingen van de disclaimer en van de overige omstandigheden.15 Zij stellen dat een disclaimer ofwel het onrechtmatige karakter aan een handeling kan ontnemen, ofwel kan leiden tot eigen schuld aan de zijde van de bezoeker. Barendrecht e.a. twijfelen echter aan het effect van een disclaimer, met name in gevallen waarin het raadplegen van de informatie noodzakelijk is voor deelname aan het rechtsverkeer, zoals bij informatie uit het Handelsregister of het Kadaster.16 In die gevallen ligt het volgens hen niet voor de hand dat de overheid zich voor het verstrekken van onjuiste informatie kan exonereren.
Voor de opvatting van Barendrecht e.a. is iets te zeggen. Dat het raadplegen van informatie noodzakelijk is, impliceert dat daarvoor geen alternatief bestaat. Bij gebreke van een alternatief heeft de burger die daarnaar op zoek is geen andere keuze dan het raadplegen en gebruiken van overheidsinformatie. In dergelijke gevallen berust de ‘instemming’ van de burger met de disclaimer niet op een eigen en vrije afweging, maar wordt de disclaimer min of meer eenzijdig opgelegd.17 Bij die stand van zaken kan ik mij voorstellen dat het niet voor de hand ligt dat een disclaimer het effect heeft dat het onrechtmatige karakter wordt ontnomen aan een handeling.18 De onderlinge verhouding tussen de burger en de overheid en het feit dat de overheid ter zake van de betreffende informatie een monopoliepositie inneemt, spelen daarbij een rol. De invloed van een disclaimer zou zich dan misschien alleen kunnen doen gevoelen in de sfeer van de eigen schuld. Toch zou ik de werking van een disclaimer niet willen beperken tot de sfeer van artikel 6:101 BW.
De aanwezigheid van een disclaimer heeft in de eerste plaats – afhankelijk van de bewoordingen daarvan19 – invloed op de beantwoording van de onrechtmatigheidsvraag. Op geclausuleerde inlichtingen mag immers niet zonder meer worden afgegaan (paragraaf 4.7.12.4). Dit brengt mee dat de burger minder snel mag afgaan op informatie die gepaard gaat met een voldoende specifieke waarschuwing ten aanzien van de juistheid, volledigheid of actualiteit daarvan. Dit geldt ook voor een waarschuwing in de vorm van een disclaimer.20 Het gebruik daarvan heeft dus – ook bij wat Barendrecht e.a. ‘noodzakelijke informatie’ noemen – invloed op de beantwoording van de vraag naar de onrechtmatigheid van het overheidshandelen. De aanwezigheid van een disclaimer is immers zonder meer een van de omstandigheden van het geval die in de beoordeling moet worden betrokken. Hierbij geldt dat het antwoord op de vraag of de burger redelijkerwijs erop heeft mogen vertrouwen dat hem juiste en volledige inlichtingen werden gegeven, mede afhankelijk is van eventuele mededelingen zijdens de overheid over de mate waarin zij voor de juistheid van die inlichtingen instaat.
Dit blijkt uit een arrest over de buitencontractuele aansprakelijkheid van een verkopend makelaar jegens de koper van een bedrijfspand.21 In de verkoopbrochure die door de makelaar was opgesteld, was onjuiste informatie opgenomen over de oppervlakte van het bedrijfspand. In de brochure was een aantal disclaimers opgenomen, waaraan het hof was voorbijgegaan. Hieromtrent overwoog de Hoge Raad dat het antwoord op de vraag of – en zo ja, in hoeverre – een potentiële koper op de juistheid van de door een makelaar verstrekte informatie mag afgaan, onder meer afhankelijk is van eventuele mededelingen van de makelaar over de mate waarin hij voor de juistheid van die gegevens instaat.
Tot slot kan, met Barendrecht e.a., worden vastgesteld dat relevant is of de disclaimer algemeen of specifiek is geformuleerd, in de zin dat hij betrekking heeft op specifieke (soorten) informatie en/of daarop is toegespitst.22 In het laatste geval zal daaraan meer betekenis toekomen. Ook lijkt relevant of het gaat om een ‘ad hoc-disclaimer’, die specifiek voor een bepaalde informatieverstrekking is geschreven, of om een disclaimer die herhaaldelijk en zonder onderscheid wordt gebruikt.23
In een tweede arrest over de buitencontractuele aansprakelijkheid van een verkopend makelaar – ditmaal jegens de koper van een woning – bevatte de verkoopbrochure eveneens onjuiste informatie over de oppervlakte van het verkochte.24 In deze brochure was slechts aan het slot opgemerkt dat ‘aan deze brochure geen rechten kunnen worden ontleend’.25 Over deze disclaimer overweegt de Hoge Raad – kort samengevat – dat een dergelijke standaardmededeling op zichzelf niet specifiek genoeg is om afbreuk te kunnen doen aan het vertrouwen dat de aspirant-koper mag ontlenen aan de vermelding van een oppervlakte, ten aanzien waarvan hij ervan mag uitgaan dat deze oppervlakte is gemeten overeenkomstig een verplicht voorgeschreven meetinstructie.
Aan algemeen geformuleerde standaarddisclaimers zal doorgaans weinig betekenis toekomen.26