Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/4.7
4.7 Strijd met de maatschappelijke betamelijkheid
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS511043:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Uit een reeks arresten van na 1940 kan worden opgemaakt dat overheidshandelen onverkort kan worden getoetst aan de maatschappelijke zorgvuldigheid. Zie bijvoorbeeld HR 20 december 1940, NJ 1941/365 (Ontvanger), HR 20 december 1940, NJ 1941/ 366 (Voorste Stroom V), HR 9 februari 1942, NJ 1942/295 (Wegdek Ferwerderadeel), HR 19 maart 1943, NJ 1943/312 (Voorste Stroom VI). De leer van HR 29 juni 1928, NJ 1928/1138 (Strooppot) en HR 5 mei 1933, NJ 1933/875 (Meerboei) is hiermee verlaten.
Vgl. Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-IV 2015/57. Vgl. Hof Arnhem 27 september 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BT2454, r.o. 5.8 (Overgangsrecht Voorst), waarin het hof vooropstelt dat ‘de vraag waartoe de door de gemeente Voorst te betrachten zorgvuldigheid in verband met door haar te verstrekken informatie in concreto, onder de omstandigheden van het geval, verplichtte, mede afhangt van de wijze waarop, de mate van gedetailleerdheid waarmee en de context waarin die informatie wordt gevraagd.’
Zie bijvoorbeeld HR 2 februari 1990, NJ 1993/635 m.nt. M. Scheltema, AB 1990/223 m.nt. G.P. Kleijn (Staat/Bolsius), HR 7 oktober 1994, NJ 1997/174 m.nt. M. Scheltema, AB 1996/125 m.nt. B.J.P.G. Roozendaal (Staat/Van Benten), HR 14 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB7198 (Veghelse varkenshouder), HR 25 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW0219 (Van Zoggel/’s-Hertogenbosch) en HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3073, JB 2014/225 m.nt. S.A.L. van de Sande (Staat/Fabricom).
De onrechtmatigheidscategorie van het doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, is vanuit juridisch oogpunt het meest interessant. Het gaat om de restgevallen, waarin sprake is van onrechtmatig handelen omdat de overheid bij het verstrekken van informatie onzorgvuldig heeft gehandeld.1 De zorgvuldigheidseisen die bij informatieverstrekking aan de overheid mogen worden gesteld zijn neergelegd in een ongekend aantal bijzondere regels van ongeschreven recht en zijn sterk afhankelijk van de omstandigheden van het individuele geval.2 Dit brengt mee dat het geen sinecure is om algemene (abstracte) regels af te leiden uit de rechtspraak waarin is geoordeeld dat het verstrekken van onjuiste informatie al dan niet in strijd komt met de maatschappelijk zorgvuldigheid.3 Desalniettemin meen ik dat zich uit de rechtspraak een aantal meer algemene gezichtspunten laat destilleren aan de hand waarvan de rechter de beoordeling van het handelen van de overheid in dit kader ter hand neemt. De rest van dit hoofdstuk gaat over die gezichtspunten en de rechtspraak waarin deze tot uitdrukking komen. Hierbij ligt de nadruk op informatie over geldend(e) dan wel toekomstig(e) regelgeving of beleid van het bestuursorgaan zelf dan wel van hogere organen: informatie over het bestuursrecht (zie paragraaf 1.3.1).
4.7.1 Onjuiste informatieverstrekking is niet automatisch onrechtmatig4.7.2 Het vertrouwen op juiste informatieverstrekking is maatgevend4.7.3 Een kwestie van uitleg4.7.4 De achtergrond van de vertrouwenseis4.7.5 Het wekken van vertrouwen schept aansprakelijkheid4.7.6 Daadwerkelijk vertrouwen is niet vereist4.7.7 De omstandigheden van het geval4.7.8 Categorieën van gezichtspunten4.7.9 De aard van de rechtsverhouding4.7.10 De hoedanigheid van de overheid4.7.11 De hoedanigheid van de burger4.7.12 De aard van de informatie4.7.13 De aard en omvang van de betrokken belangen