Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.5.2
3.5.2 Aard en omvang van het gebruik van de limited partnership in de Verenigde Staten
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS447426:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Fisher (1886), p. 850.
Shneider (1995), p. 405-407, Hansmann, Kraakman & Squire (2007), p. 62-63.
Fisher (1886), p. 850, Crane (1933), p. 356. Recent onderzoek duidt erop dat het gebruik ervan in de 19e eeuw in ieder geval in New York toch aanmerkelijk omvangrijker is geweest dan eerder werd aangenomen: zie Hilt & O’Banion (2009), p. 615-643.
Abrams (1978), p. 789, Sell (1978), p. 463, O’Neal (1978), p. 677-678, Pierce (1979), p. 1313, Wilke (1985), p. 517.
Fisher (1886), p. 850, Brumder (1980), p. 102.
Shneider (1995), p. 407, Hansmann, Kraakman & Squire (2007), p. 63.
Crane (1952), p. 117-118.
Shneider (1995), p. 407-408.
Ribstein (1992), p. 418-420, Ribstein (2011), p. 536.
Stanford (1974), p. 1177, Shneider (1995), p. 407.
Waaronder ter zake van het bestuursverbod, zie 3.5.3. Zie verder Shneider (1995), p. 409- 412.
De LLC is een kapitaalvennootschap die de inrichtingsvrijheid en de fiscale behandeling van een partnership combineert met de beperkte aansprakelijkheid van een kapitaalvennootschap. Zij is voor het eerst in 1977 door de Amerikaanse staat Wyoming in haar wetgeving opgenomen, en daarna in een hoog tempo door alle andere staten ook in hun wetgeving geïntroduceerd. Thans is zij in de Verenigde Staten de meest gebruikte rechtsvorm voor ondernemingsactiviteiten. Zie Moye (1998), p. 143-184 en Chrisman (2010), p. 468-480. Zie voor een uitvoerige Nederlandstalige beschrijving van de achtergrond en de wettelijke structuur van de Amerikaanse Limited Liability Company: Blanco Fernández & Van Olffen (2007), p. 47-69.
Ribstein (1999), p. 953.
Goodgame (2005), p. 471, Goodgame (2012), p. 81.
Guler & Guillén (2010), p. 187, Bengtsson & Wang (2010), p. 1369-1370. Voor venture capital is zij zelfs ‘the dominant organizational form’, volgens Smith, Smith & Bliss (2011), p. 89.
Zie voor een overzicht: Mulligan (2005), p. 199-223 en Kleinberger (2008), p. 450-451.
Wheeler & Shumofsky (2010), p. 167.
Wheeler & Shumofsky (2010), p. 167.
Na haar introductie in de loop van de 19e eeuw in de verschillende staten van de Verenigde Staten werd de limited partnership aanvankelijk op relatief bescheiden schaal gebruikt.1 De general partnership had de onbeperkte aansprakelijkheid van alle vennoten als nadeel. Aan de andere kant van het spectrum bood de corporation, het beste te vergelijken met de NV in Nederland, wel een beperking van de aansprakelijkheid voor alle aandeelhouders. Zij was evenwel bedoeld voor grote, doorgaans beursgenoteerde, ondernemingen: vooral de voor haar geldende oprichtingsformaliteiten en inrichtingseisen waren te gecompliceerd om haar een geschikt rechtskleed te maken voor kleinere bedrijven.2 Het gat tussen beide zou moeten worden gevuld door de limited partnership. In de praktijk heeft zij daarin nooit een heel prominente rol kunnen vervullen.3 Dit werd deels veroorzaakt door de onzekerheden inzake de omvang van het bestuursverbod4 en daarnaast door de strikte wijze waarop de formaliteiten inzake de registratie van limited partnership werden gehandhaafd.5 Vanaf het begin van de 20e eeuw begonnen de diverse staten de regeling van de corporation zo te flexibiliseren dat deze rechtsvorm, als close corporation, ook voor kleinere ondernemingen bruikbaar werd.6 Als gevolg daarvan kozen steeds meer ondernemers voor de close corporation en werd de limited partnership een zeldzaamheid.7 In de jaren zestig en zeventig begon zij evenwel aan een renaissance, die in het bijzonder door fiscale overwegingen werd veroorzaakt.8 De winst van een corporation werd eerst onderworpen aan vennootschapsbelasting, waarvan de tarieven toentertijd geregeld stegen. Het na heffing van vennootschapsbelasting resterende deel van deze winst werd bij uitkering als dividend aan de aandeelhouders nogmaals belast.9 Hierdoor ontstond in het bijzonder in de beleggingssector de behoefte aan een fiscaal transparante rechtsvorm, waarmee deze dubbele belasting kon worden voorkomen. Zo ontwikkelde zich een hernieuwde belangstelling voor de limited partnership.10 Deze werd nog gestimuleerd doordat het recht betreffende de limited partnership door RULPA 1976 en daarna door RULPA 1985 werd geflexibiliseerd en vereenvoudigd.11 De introductie van de limited liability company (‘LLC’) in 197712 en het terugdringen van de fiscale voordelen van de limited partnership door een wetswijziging uit 198613 hebben de betekenis van de limited partnership weliswaar enigszins gereduceerd, maar zij is nog altijd niet te onderschatten. Tegenwoordig beweegt zij zich voornamelijk op twee niche-markten: zij wordt ingezet als – soms beursgenoteerd –14 beleggingsvehikel in vooral onroerend goed en venture capital,15 en zij wordt gebruikt als Family Limited Partnership, die op het terrein van de Amerikaanse schenk- en erfbelasting in bepaalde gevallen fiscale voordelen biedt.16 Dat geschiedt op omvangrijke schaal: in 2008 bestonden er in de Verenigde Staten 426.123 limited partnerships, een aantal dat in de loop van de laatste tien jaren daarvoor redelijk constant is gebleven.17 Ter vergelijking: het aantal LLC’s beliep toen 1.818.681. Veelzeggender is nog dat in 2008 het totale inkomen van alle limited partnerships tezamen met ruim USD 210 miljard hoger was dan dat van alle LLC’s tezamen, dat toen ruim USD 192 miljard beliep.18