Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/3.3.1
3.3.1 Voorzienbaarheid
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675738:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Overweging 41 AVG. Zie ook Kamerstukken II 2017/18, 34 851, 3, p. 30; AP juni 2018, p. 3; AP januari 2019a, p. 2 en 3; AP januari 2019b, p. 2.
HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:288, r.o. 2.3.4. Het ging om art. 2 lid 1 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003: “Er is een rijksbelastingdienst onder de naam Belastingdienst. Deze dienst is belast met de heffing en invordering van rijksbelastingen en met andere bij of krachtens de wet opgedragen taken”.
Zie website AP, ‘Mag u persoonsgegevens verwerken?’ via https://bit.ly/3nB8wpF. Vgl. EHRM 25 maart 1983, ECLI:NL:XX:1983:AC7928 (Silver), §90.
Gegevensbeschermingsautoriteit (BE), ‘Algemeen belang of openbaar gezag’, online via https://bit.ly/3e1VZbI.
Kranenborg & Verhey 2018, p. 153 e.v.
Von Meijenfeldt 2020, p. 248.
Rb. Amsterdam 11 juni 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2917, r.o. 4.9.
Overweging 45 AVG. Vgl. Rb. Amsterdam 11 juni 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2917, r.o. 4.9 en Hof Den Bosch 6 augustus 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2536, r.o. 3.5.14.
Art. 6 lid 3 AVG. De Nederlandse wetgever beschouwt dit ook als een nice to have en niet als een must have, zie Kamerstukken II 2017/18, 34851, 3, p. 15. Zie uitgebreider ’t Hart 2020, p. 193-194. Zie over de vereisten voor wettelijke voorschriften die zien op overheidstaken uitvoeriger Kamerstukken II 2017/18, 34 851, 3, p. 36 en HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:288. Zie ook Leenders 2020, p. 819.
AP juni 2018, p. 3 en AP maart 2019, p. 4.
AP oktober 2018, p. 1. Het advies van de AP leidde tot “een aanpassing en een enkele verduidelijking” (Stcrt. 2018 66683, p. 5). Art. 8 werd uiteindelijk zo gewijzigd dat duidelijk is dat het alle persoonsgegevens betreft van de cliënt die een advocaat in een concrete rechtszaak vertegenwoordigd, p. 7.
De taak van algemeen belang moet een grondslag in lidstatelijk of Unierecht hebben.1 De AVG vereist niet dat sprake is van een door het parlement vastgestelde rechtsgrond.2 De regel moet wel duidelijk en nauwkeurig zijn, en de toepassing moet voorzienbaar zijn voor degenen op wie de wet van toepassing is.3 Uit de wet moet “met voldoende precisie” blijken welke persoonsgegevens onder welke voorwaarden voor de vervulling van de taak worden verwerkt.4 De Hoge Raad heeft eerder (voor de inwerkingtreding van de AVG) aangegeven dat een algemene taakstelling van de Belastingdienst geen voldoende precieze wettelijke grondslag was.5
Het moet voor betrokkenen duidelijk zijn dat hun persoonsgegevens worden verwerkt om de taak uit te oefenen.6 Dit betekent niet dat in alle gevallen uitdrukkelijk in de wet moet worden gereguleerd dat er persoonsgegevens worden verwerkt:7 aan dit vereiste kan ook zijn voldaan als de jurisprudentie8 of de toelichting bij de regeling helderheid verschaft.9 Voldoende is dat de hoofdlijnen kenbaar zijn in de wet.10 Een gevolg van de algemene formulering van wetten is immers dat zij niet altijd uitdrukkelijk specifieke gevallen reguleren. De AVG vereist verder niet dat voor elke afzonderlijke verwerking specifieke wetgeving bestaat: wetgeving die als basis fungeert voor meerdere verwerkingen die noodzakelijk zijn voor de vervulling van een taak van algemeen belang, volstaat.11
Wel moet het doel van de verwerking zijn vastgelegd in de wet.12 Bij de vervulling van een taak van algemeen belang is het doel al ingevuld door de taak. Voor de curator bestaat zijn taak van algemeen belang uit het beheer en de vereffening van de boedel. Alle verwerkingen moeten daar noodzakelijk voor zijn.
De wet ‘kan’ aanvullende specifieke bepalingen bevatten, maar dit hoeft niet.13 Wanneer het precies aan te raden is om dergelijke aanvullende bepalingen op te nemen, is onduidelijk. De AP adviseert wel om – in een wet of algemene maatregel van bestuur – zo concreet mogelijk aan te geven welke persoonsgegevens kunnen worden verwerkt.14 Hiertoe mogen abstracte omschrijvingen worden gebruikt. In een advies omtrent de ontwerpregeling gegevensverstrekking uit het rijbewijzenregister oordeelde de AP bijvoorbeeld dat de wettelijke omschrijving dat gegevens van cliënten aan advocaten konden worden verstrekt door de Dienst Wegverkeer, “te onbepaald” was. De AP adviseerde nader te omschrijven welke gegevens dit betrof.15