De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap
Einde inhoudsopgave
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/4.2.4.0:Introductie
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/4.2.4.0
Introductie
Documentgegevens:
mr. M. Holtzer, datum 03-04-2014
- Datum
03-04-2014
- Auteur
mr. M. Holtzer
- JCDI
JCDI:ADS386463:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Waar het proces van informatievoorziening en overleg onvoldoende resultaat oplevert, ontstaan vaak conflicten. Deze doen zich met regelmaat voor tussen het bestuur en de ondernemingsraad, maar soms zijn ook andere belanghebbenden – aandeelhouders, de raad van commissarissen, de beoogde overnemer van de onderneming – betrokken.
Van Beurden e.a. hebben onderzocht in hoeverre er binnen Nederlandse (internationale) concerns sprake is van onderbenutting van medezeggenschapsrechten. De onderzoekers menen dat deze onderbenutting blijkt uit het geringe aantal zaken dat de afgelopen jaren bij de Ondernemingskamer in behandeling is geweest. Zij stellen dat er tot nu toe weinig gebruikgemaakt is van de beroepsprocedure van artikel 26 WOR: het aantal verzoekschriften op grond van het beroepsrecht bedraagt gemiddeld vijftig per jaar.12 De onderzoekers onderscheiden onderbenutting van de situatie waarin werknemersvertegenwoordigers bewust geen gebruik maken van een bepaalde bevoegdheid. Hun belangrijkste conclusies zijn dat niet alleen het beroepsrecht, maar ook het standpuntbepalingsrecht en het enquêterecht in de praktijk van de ondernemingsraad nog te weinig ontwikkeld zijn, wegens onbekendheid met deze rechten.
In het navolgende onderdeel zal ik de drie belangrijkste rechtsmiddelen bespreken die centraal staan bij pogingen van ondernemingsraden om invloed op het strategisch beleid af te dwingen: het enquêterecht, het beroepsrecht en de structuurregeling. Daarin zal ik analyseren op welke wijze deze middelen door ondernemingsraden gebruikt (kunnen) worden om op enig moment invloed op de strategie te verkrijgen, en bezien of de stelling dat sprake is van onderbenutting van medezeggenschapsrechten juist is.