Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.2.2.3:23.2.2.3 Art. 686 BW (oud)
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.2.2.3
23.2.2.3 Art. 686 BW (oud)
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487246:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 686 BW (oud) werd bepaald:
‘Ieder mede-eigenaar van eenen gemeenen scheidsmuur mag op het gedeelte hetwelk hem toebehoort eene goot leggen, en het water doen uitloopen, hetzij opzijn erf, hetzij op den openbaren weg, indien zulks niet bij de wetten of verordeningen verboden is.’
Opmerkelijk is de zinsnede ‘het gedeelte hetwelk hem toebehoort’. In verband met de aard van mandeligheid mag deze zinsnede in ieder geval niet zo worden gelezen dat dit gedeelte aan de desbetreffende eigenaar in privé toebehoort.1 Dat er sprake is van mede-eigendom blijkt ook al uit het eerste zinsdeel van dit artikel. Ik meen deze zinsnede aldus te moeten verstaan dat de goot slechts aangelegd mag worden op of aan2 dat deel van de muur dat is gelegen aan de zijde van het erf van de desbetreffende eigenaar.
Davids merkt nog opdat het natuurlijk niet alleen gaat om goten ‘op’ de muur maar ook om goten ‘aan’ de muur.3
Voorafgaande toestemming is niet nodig.4