Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/10.2.1:10.2.1 Achtergrond
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/10.2.1
10.2.1 Achtergrond
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947813:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Kieswet regelt de kandidaatstelling vanaf het moment dat de kandidatenlijsten bij het centraal stembureau wordt ingeleverd. De inlevering van de lijst gaat vergezeld van de instemmingsverklaringen van de kandidaten.1 Daarnaast moeten partijen die bij de vorige verkiezingen geen zetel(s) behaald hebben, ondersteuningsverklaringen aanleveren en een waarborgsom betalen, die de partij terugkrijgt op het moment dat zij 75% van de kiesdeler behaalt.2 De regels die de Kieswet aangaande de kandidaatstelling geeft, hebben geen betrekking op het opstellen van de kandidatenlijst. Deze procedure valt buiten de reikwijdte van de Kieswet en is als zodanig geen onderdeel van het verkiezingsproces.3
De afwezigheid van een wettelijke regeling op dit gebied betekent dat partijen zelf kunnen bepalen op welke wijze zij de kandidatenlijst opstellen. De bepalingen uit het BW die op partijen van toepassing zijn omdat zij de rechtsvorm van de vereniging kennen, regelen daaromtrent vanzelfsprekend ook niets. De leden van de partij hoeven op de kandidaatstelling dus niet per se invloed te hebben. Uit het onderzoek dat Voerman en Lucardie in 2014 uitvoerden, blijkt dat politieke partijen verschillend met deze ruimte omgaan. Waar sommige partijen de kandidaatstelling door het houden van een ledenreferendum in hadden leggen van alle partijleden, kiezen andere partijen bijvoorbeeld voor een leden- of afgevaardigdencongres. Daarnaast moet gewezen worden op de SGP, die de kandidaatstelling in handen legt van het partijbestuur, en de PVV, waar de partijleider de kandidatenlijst vaststelt.4
De reden voor het ongereguleerd laten van de interne kandidaatstellingsprocedure kan gevonden worden in het systeem van open kandidaatstelling dat aan de Kieswet ten grondslag ligt en waaraan de wetgever van oudsher sterk hecht. Dit systeem houdt in dat – in theorie – ook niet in politieke partijen georganiseerde kiezers een kandidatenlijst kunnen indienen. Dit betekent dan ook dat de Kieswet zwijgt over het fenomeen ‘politieke partij’. Slechts in de context van de mogelijkheid tot naamsregistratie (die formeel geen onderdeel uitmaakt van de kandidaatstelling) wordt over ‘politieke groeperingen’ gesproken. Hoewel de praktijk anders doet vermoeden, is het kieswettelijke uitgangspunt dat kandidatenlijsten worden ingediend door kiezers, en niet door politieke partijen.5 Daarmee verhoudt zich niet dat de wetgever procedurele eisen stelt aan de totstandkoming van de kandidatenlijsten. Pas vanaf het moment dat de lijsten worden ingediend, moet aan de vereisten van de Kieswet voldaan worden.