Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/15.2.2
15.2.2 Materieel toepassingsbereik van Afdeling 3 EEX-V°/Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413175:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 8 EEX-V°/7 Verdrag.
Kropholler, EZPR, p. 197, nr. 5; Kropholler, EZPR, 5' druk, p. 160 par. 5; anders: Goldman, RTDE 1971, p. 27.
Kropholler, EZPR, p. 198, nr. 6; Kropholler, EZPR, 5' druk, p. 160, nr. 5.
Rapport Schlosser, PbEG, p. C-59/113.
Open blijft het antwoord op de vraag of Afdeling 3 ook de verzekeringnemers, verzekerden en begunstigden beschermt die een bescherming door de bepalingen in Afdeling 3 niet nodig hebben, vgl. . HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Group Josi/UGIC, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597, r.o. 65; HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Zilrich Espafia, Jur. 2005, p. 1-4509, NJ 2006, 514, r.o. 18 en HvJ EG 12 mei 2005, zaak C-112/03, SFIP/AXA Belgium e.a., Jur. 2005, p. 1-3707, NJ 2006, 513, r.o. 38. In de laatste twee zaken lijkt het Hof van Justitie echter niet bereid de sterkte van een partij daadwerkelijk te toetsen, indien de verzekeringovereenkomst binnen het toepassingsbereik van Afdeling 3 valt en het niet gaat om een groot risico. Zie ook Vlas in zijn noot HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Zilrich Espafia, Jur. 2005, p. 1-4509, NJ 2006, 514, par. 5 en Spanjaart, NTvH 2006, p. 227 die zich sterk maakt voor een afschaffing van Afdeling 3 en ook wijst op banken/hypotheeknemers die als begunstigde in levensverzekeringsovereenkomsten de bescherming van Afdeling 3 niet nodig hebben.
Kropholler, EZPR, p. 197, nr. 6; Kropholler, EZPR, 5' druk, p. 160, nr. 5; Nagel/Gottwald, IZPR, p. 118.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a - 49.
Rapport Schlosser, PbEG, p. C 59/117; anders echter de Commissie in haar opmerkingen voor HvJ EG 27 juni 1991, zaak C-351/89, Overseas Union, Jur. 1991, p. 1-3317, NJ 1993, 527, die geen wezenlijk verschil ziet tussen een verzekerings- en een herverzekeringsovereenkomst.
HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Group Josi/UGIC, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597, r.o. 66 e.v.; waarover Zilinsky, Ondememingsrecht, 2001, p. 438.
Nagel/Gottwald, IZPR, p. 118.
Van Houtte, Het nieuwe Europese 1PR, p. 40.
Art. 11 lid 3 EEX-V°/10 lid 3 Verdrag bevat een bepaling voor het in het geding roepen van de verzekeringnemer/verzekerde.
In Nederland alleen bij verkeersongelukken ingevolge art. 6 lid 1 Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen.
HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Zilrich Espafia, Jur. 2005, p. 1-4509, NJ 2006, 514, r.o. 20; waarover Kramer, VA 2006, p. 115.
HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Zilrich Espafia, Jur. 2005, p. 1-4509, NJ 2006, 514, r.o. 23.
Kropholler, EZPR, p. 198, nr. 6; Kropholler, EZPR, 5' druk, p. 160, nr. 5; Nagel/Gottwald, IZPR, p. 118.
Gothot/Holleaux, La Convention, p. 75, nr. 130.
HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Group Josi/UGIC, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597, r.o. 75.
HvJ EG 19 januari 1993, zaak C-89/91, Shearson/TVB Treuhandgesellschaft, Jur. 1993, p. 1-188, NJ 1996, 328, r.o. 22 en 23 en HvJ EG 11 juli 2002, zaak C-96/00, Gabriel, Jur. 2002, p. 1-6367, NJ 2005, 169, r.o. 39; HvJ EG 20 januari 2005, zaak C-27/02, Engler/Janus Versand, Jur. 2005, p. 1-481, NJ 2006, 389, r.o. 34 (de arresten oordelen over de consument als eiser). Idem voor de onderhoudsgerechtigde en art. 5 sub 2 EEX-V°/Verdrag, HvJ EG 15 januari 2004, zaak C-433/01, Freistaat Bayern/Blijdenstein, Jur. 2004, p. 1-981, NJ 2005, 411, r.o. 29 e.v.
Afdeling 3 is van toepassing indien een geschil betrekking heeft op 'verzekeringszaken' 1 Hoewel een definitie van verzekeringszaken ontbreekt, lijkt hiermee geschillen over verzekeringsovereenkomsten te zijn bedoeld. Het begrip 'verzekeringsovereenkomst' is evenmin omschreven en verwijst niet naar een bepaald rechtsstelsel. Een verzekeringsovereenkomst dient verordenings- c.q. verdragsautonoom te worden uitgelegd2 en wordt grotendeels ingekleurd door de artikelen van Afdeling 3. Art. 11 EEX-V°/10 Verdrag verwijst naar de 'aansprakelijkheidsverzekering'. Meestal zal het in deze categorie gaan om schadeverzekeringen voor civiele aansprakelijkheid voor personen of zaken. Transportverzekeringen zijn daaronder begrepen, omdat anders dan art. 15 lid 3 EEX-V°/13 lid 3 Verdrag bepaalt voor de consumentenovereenkomst, de vervoerovereenkomst in deze Afdeling niet is uitgesloten.3 Levensverzekeringen zijn niet expliciet genoemd, maar vallen ook onder Afdeling 3. Dat leid ik af uit het gebruik van het woord 'begunstigde' , aangezien slechts bij levensverzekeringen wordt gesproken van een begunstigde. Aanwijzingen voor het tegendeel ontbreken. Art. 13 sub 4 EEX-V°/12 sub 4 Verdrag noemt de 'verplichte verzekering'. Een overzicht van de verplichte verzekeringen in de toenmalige EG-lidstaten is opgenomen in het Rapport Schlosser.4 Verplichte verzekeringen zijn alle verzekeringen die de verzekeringnemer krachtens een wettelijke plicht moet sluiten. In Nederland is het meest bekende voorbeeld van een wettelijke plicht de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorvoertuigen (WAM).
Dezelfde bepaling verwijst naar de verzekering van onroerende zaken. De verzekeringsovereenkomsten betreffende onroerend goed vallen niet onder de exclusieve bevoegdheden van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag, zodat verzekeringsovereenkomsten over onroerende en roerende zaken onder het toepassingsbereik van Afdeling 3 vallen. Art. 14 EEX-V°/12 bis Verdrag heeft betrekking op de verzekering van zeeschepen, vaste installaties, luchtvaartuigen en hun vracht en passagiers.
Gezien deze verwijzingen in Afdeling 3 vallen in beginsel alle civiele verzekeringsovereenkomsten binnen het toepassingsbereik van deze afdeling ongeachte de economische sterkte van de verzekeringnemer, verzekerde of begunstigde.5 Uitgezonderd zijn de publieke en semi-publieke verzekeringen, zoals de sociale verzekeringen.6 Dat volgt uit art. 1 EEX-V°Nerdrag, dat het materiële toepassingsbereik van EEX-V°Nerdrag beperkt tot burgerlijke en handelszaken en sociale zekerheid in het tweede lid onder c uitdrukkelijk uitsluit.7 Daarbij doet niet ter zake of de verzekering krachtens de wet of een overeenkomst tot stand komt. Deze overeenkomsten op het gebied van de sociale zekerheid zijn op grond van art. 1 lid 2 sub c EEX-V°Nerdrag uitgezonderd van het materiële toepassingsbereik van EEX-V°Nerdrag. Dat laat onverlet dat volgens het commune internationaal privaatrecht de forumkeuze geldig zou kunnen zijn. Ook andere publiekrechtelijke verzekeringsovereenkomsten zijn uitgezonderd van het toepassingsbereik van Afdeling 3, omdat dergelijke overeenkomsten geen 'burgerlijk of handels' karakter dragen.
Een uitzondering op het toepassingsbereik van Afdeling 3 heeft het Hof van Justitie - in het voetspoor van het Rapport Schlosser8 - aangenomen voor herverzekeringsovereenkomsten, omdat bij overeenkomsten tussen verzekeraars onderling geen sociaal-economisch zwakke partij wordt geacht aanwezig te zijn.9 Een herverzekeringsovereenkomst is dus geen verzekeringsovereenkomst in de zin van Afdeling 3.10 Voor herverzekeringsovereenkomsten gelden de algemene bevoegdheidsregels in volle omvang, waaronder de art. 23 en 24 EEX-V°/17 en 18 Verdrag. Partijen kunnen in herverzekeringsovereenkomsten derhalve wel een forumkeuze voor het ontstaan van het geschil overeenkomen. Ook een stilzwijgende forumkeuze is toegelaten. Deze forumkeuze kan bijv. in de weg staan aan een vrijwaringsvordering van de verzekeraar(s) tegen de herverzekeraar(s) op grond van art. 11 lid 1 EEX-V°/10 Verdrag.
De vrijheid tot het overeenkomen van een forumkeuze met een herverzekeraar is echter beperkt op grond van de regels in Afdeling 3, indien een verzekeringnemer,
verzekerde of begunstigde de rechtstreeks de herverzekeraar aanspreekt. Op deze vordering is Afdeling 3 wel van toepassing.11 Dat leid ik af uit de ratio van Afdeling 3, te weten bescherming van de sociaal-economisch zwakke partij (verzekeringnemer, verzekerde en begunstigde). Afdeling 3 beperkt ook de mogelijkheid een forumkeuze te sluiten in geval van een `action directe' van de getroffene tegen de (her)verzekeraar. Dat volgt uit art. 11 lid 2 EEX-V°/10 lid 2 Verdrag, waaruit blijkt dat de art. 8, 9 en 10 EEX-V°/7, 8 en 9 Verdrag van toepassing zijn op een rechtstreekse vordering van de getroffene tegen de verzekeraar van de veroorzaker van de schade,12 indien het nationale recht deze rechtstreekse vordering kent.13
Naast de herverzekeringsovereenkomst is Afdeling 3 evenmin van toepassing op regresvorderingen tussen verzekeraars onderling, omdat in de rechtsverhouding tussen verzekeraars geen bijzondere bescherming nodig is. Het gaat om professionele relaties tussen vakgenoten onderling die niet geacht worden jegens elkaar in een zwakkere positie (sociaal economisch of juridisch) te verkeren.14 Het Hof van Justitie heeft dat uitgemaakt voor een vordering tot vrijwaring tussen verzekeraars,15 maar mijns inziens doet de aard van de procedure niet ter zake. Zodra verzekeraars onderling procederen, is Afdeling 3 niet van toepassing bij gebreke van een te beschermen partij.
Voorts vallen regresvorderingen van de (her)verzekeraar (bijv. na subrogatie) op de veroorzaker van de schade niet onder Afdeling 3, omdat de schadeveroorzaker niet als partij in Afdeling 3 is genoemd.16 De veroorzaker van de schade is bovendien geen partij geweest bij de verzekeringsovereenkomst op grond waarvan de verzekeraar tracht de schade te verhalen, zodat over een forumkeuze met de veroorzaker van de schade geen wilsovereenstemming bestaat.17 De verzekeraar treedt door subrogatie in de rechtsverhouding tussen de verzekeringnemer/verzekerde en de derde die de schade heeft veroorzaakt. Deze rechtsverhouding zal meestal voortvloeien uit onrechtmatige daad of soms uit overeenkomst.
Afdeling 3 is derhalve van toepassing op geschillen betreffende verzekeringsovereenkomsten tussen verzekeraar enerzijds en verzekeringnemer, verzekerde of begunstigde anderzijds met uitzondering van herverzekeringsovereenkomsten, publieke en semi-publieke en sociale zekerheidsverzekeringen. Ook is Afdeling 3 van toepassing op rechtstreekse vorderingen van een verzekeringnemer, verzekerde of begunstigde tegen een (her)verzekeraar om vorderingen uit de verzekeringsovereenkomst geldend te maken alsmede de `action directe', indien het toepasselijke recht dat toelaat.18 Voorbeelden van een actie tegen de herverzekeraar zijn het faillissement van de verzekeraar of indien de verzekeraar zich in staat van vereffening bevindt. Een voorbeeld van de `action directe' is de aanspraak op de WAM verzekeraar.
Tot slot nog een beperking van het toepassingsbereik: evenals voor de consument en de werknemer dient te worden aangenomen dat de beschermde partij (verzekeringnemer, verzekerde of begunstigde) zelf procespartij dient te zijn om de bescherming van Afdeling 3 te genieten. Draagt de verzekeringnemer, verzekerde of begunstigde de vordering over aan een derde, niet zijnde een verzekeringnemer, verzekerde of begunstigde, dan kan de derde geen beroep doen op de bescherming van Afdeling 319 Na overdracht zijn dan de algemene bevoegdheidsregels van toepassing.