Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/8.2:8.2 Open normen in de rechtspraktijk van het huurrecht
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/8.2
8.2 Open normen in de rechtspraktijk van het huurrecht
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS501084:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Open normen hebben al decennialang aanleiding gegeven tot uiteenlopende beschouwingen, waarbij niet alleen genuanceerde standpunten worden uitgewisseld, maar regelmatig ook fervente tegenstanders, zoals Barendrecht, tegenover regelrechte adepten, zoals Drion, staan. In dit onderzoek staat niet de rechtstheoretische, maar vooral de praktijkgerichte benadering centraal. In deze functionele benadering is eerst vastgesteld wat in de rechtspraktijk de functie en disfunctie van open normen kunnen zijn.
Als belangrijkste functie is naar voren gekomen de ruimte (tot nadere normering) die de wetgever biedt aan rechter en procespartijen. Die ruimte zou de flexibiliteit kunnen bieden die aanpassing van het recht aan de concrete behoeften in de rechtspraktijk mogelijk maakt. De belangrijkste disfunctie die hier tegenover staat lijkt de onzekerheid te zijn die ontstaat bij afwezigheid van een scherp geformuleerde en dus houvast biedende wettelijke normering. Kunnen procespartijen enigszins voorzien hoe de invulling van de open norm voor hen uitpakt en kan een advocaat haar of zijn cliënt van juridische advies dienen in gevallen waarin het ook voor hen niet mogelijk is om te voorspellen hoe de rechter de open norm zal invullen?
Het onderzoek spitst zich toe op de vraag hoe, tegen de achtergrond van het huurrecht, de mate van ruimte die door de open normen wordt geboden, evenals de mate van rechtsonzekerheid die door die open normen wordt veroorzaakt, variëren.
Ruimte voor de rechter is gedefinieerd als de vrijheid om te oordelen zoals hij in het voorgelegde geval geraden acht. Ruimte voor de (proces)partijen wordt in dit proefschrift gezien als het in vrijheid kunnen maken van contractuele afspraken, die vervolgens onaangetast blijven. Tot slot wordt rechtsonzekerheid gezien als het niet kunnen voorspellen wat de uitkomst van de invulling van de open norm door de rechter zal zijn (en daarmee wat de uitkomst van een gerechtelijke procedure zal zijn).
De mate van ruimte en rechtsonzekerheid is aangeduid als maximale of minimale ruimte, met daartussen liggend weinig, gemiddeld en veel ruimte.