V-N 2024/40.18
Hoge Raad antwoordt op prejudiciële vragen: er is een wettelijke grondslag voor rente op achterstallen over invoer-BTW
HR 13-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1177, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 september 2024
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Fierstra
- Zaaknummer
23/01996
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS978595:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Invorderingsrente en betalingskorting
Omzetbelasting / In- en uitvoer
Douane (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1177, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1219, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑12‑2023
- Wetingang
art. 114 lid 2 en 5 lid 18 & 20 Douanewet; art. 22 lid 1 Wet OB 1968
Essentie
De Hoge Raad antwoordt op de prejudiciële vragen van Rechtbank Noord-Holland dat de inspecteur rente op achterstallen over invoer-BTW in rekening kan brengen vanaf de dag waarop de BTW verschuldigd is geworden tot de dag waarop het verschuldigde bedrag is medegedeeld.
Samenvatting
X voert in de periode april-juni 2019 goederen in uit Rusland en betaalt daarvoor invoerrechten en invoer-BTW. In augustus 2019 informeert X de inspecteur dat bij de berekening van de invoerrechten en invoer-BTW een te lage douanewaarde is gebruikt en verzoekt hij de inspecteur om een uitnodiging tot betaling (UTB). X ontvangt een UTB, waarbij de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.