Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/2.1
2.1 Inleiding
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS601319:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook Holzhauer 1993, p. 30: 'Uiteindelijk brengt elke beschouwing over de rationales van kostenveroordelingsregels ons naar mijn mening bij de doelstelling van het procesrecht'.
Asser, Groen & Vranken 2006, p. 19-31. Zij noemen professionaliteit, rechtsstatelijkheid en dienstverlening als perspectieven, waarna zij het verwijt kregen dat het perspectief van de justitiabele niet werd meegenomen. Als mogelijke doelen onderscheiden zij ' verschaffing executoriale titel', ' bijdrage aan rechtsontwikkeling en rechtseenheid' en ' oplossing van het onderliggende conflict', maar zij kiezen voor de nadruk op de eerste twee doelen.
Snijders, Klaassen & Meijer 2007 spreken van functies en hoofdbeginselen (ook wel: fundamentele eisen, p. 26). Barendrecht & Klein (red.) 2004, p. 11, bespreken de verschillende functies die de civiele rechtspraak volgens Blankenberg aan de gebruikers biedt. Aangezien het onderhavige onderzoek zich richt op de dagvaardingsprocedure in handelszaken en niet op verzoekschriftprocedures, komt de quasi-notariële functie minder aan bod, maar de bemiddelingsfunctie, de rechtsdoorzettingsfunctie en de beslissingsfunctie zijn wel alle drie relevant.
Zie Gramatikov e.a. 2009; Van der Linden 2010.
Zie hierover § 9.3.1.
Doelstellingen, perspectieven, criteria en functies overlappen elkaar ook vaak, aldus Barendrecht & Klein (red.) 2004, p. 19.
Mak 2007, p. 33-36 en 147-149, duidt deze invalshoek waarin kwaliteit centraal staat aan als het paradigma van 'new public management',ditincontrastmethet'klassiek rechtsstatelijke paradigma'.
Zuckerman 1999, p. 3-6.
Daarin worden overigens de criteria tijd en kosten juist samengebracht tot één algemene categorie van kosten.
Complexiteit leidt bijvoorbeeld tot extra tijd en kosten, zie hierover ook § 8.3. Voorspelbaarheid heeft zelfs invloed op alle vier de toetsingscriteria; op voorspelbaarheid van kosten wordt specifiek ingegaan in § 7.6.4.
Welke eisen mogen aan een behoorlijk burgerlijk proces worden gesteld? Dat is de eerste vraag wanneer wordt nagedacht of er iets aan het proces moet veranderen, zoals in dit onderzoek gebeurt.1 Dat dit geen eenvoudige vraag is, blijkt uit de discussies over de mogelijke perspectieven op en doelen van het civiele proces in het kader van de Fundamentele herbezinning2 en uit de verschillende functies en hoofdbeginselen waartussen vaak ook spanningsvelden bestaan.3 Daarnaast wordt ook steeds meer onderzoek gedaan naar wat burgers van een procedure verwachten, in termen van toegankelijkheid en verschillende typen rechtvaardigheid.4
Voor dit onderzoek is een eenvoudig en hanteerbaar toetsingskader met enkele duidelijke criteria nodig. Er moet immers worden bepaald welk procesgedrag negatief uitwerkt op die criteria (hoofdstukken 3 en 5) en ook moeten de effecten van mogelijke proceskostenprikkels worden geëvalueerd aan de hand van die criteria (hoofdstuk 8). Met een te lange en/of complexe lijst van perspectieven en functies of met een moeilijk te definiëren spanningsveld tussen beginselen (bijvoorbeeld partijautonomie versus gezamenlijke verantwoordelijkheid5) zijn effecten niet goed te evalueren.6
Gekozen wordt voor een toetsingskader waarin de geboden kwaliteit van het burgerlijk proces tegen zo laag mogelijke individuele en collectieve kosten voorop staat.7 De in de inleiding beschreven wereldwijde problemen met vertragingen en hoge kosten laten zien dat het belangrijk is om procedures mede te evalueren op basis van de aspecten tijd en kosten. Ook Zuckerman hanteert deze twee dimensions ofjustice en zet die vervolgens aftegen de derde dimensie 'waarheid', die hij gelijk stelt aan de juistheid van de rechterlijke beslissing.8 Die derde dimensie is mijns inziens echter te smal geformuleerd. Het gaat rechtzoekenden niet alleen om de uitkomst, maar zij willen veelal ook dat die uitkomst via een rechtvaardig ervaren procedure wordt bereikt. Een goede uitkomst hoeft bovendien niet alleen via de weg van een correcte rechterlijke beslissing te worden bereikt, maar kan ook via een schikking op basis van wederzijdse belangen worden verkregen. De derde dimensie van Zuckerman kan daarom beter worden vervangen door twee ruimere criteria, die ook door Gramatikov e.a. (2009)9 van elkaar worden onderscheiden: kwaliteit van uitkomsten en kwaliteit van procedure.
Meer criteria zouden ook nog mogelijk zijn, zoals de mate van complexiteit en de voorspelbaarheid (of rechtszekerheid). Toevoeging daarvan levert echter een minder goed hanteerbare lijst op. Bovendien zijn deze aspecten veelal ook direct of indirect onder te brengen bij de vier andere criteria.10
Kortom, de kwaliteit van het burgerlijk proces zal in dit onderzoek worden gemeten aan de hand van deze vier criteria: kwaliteit van uitkomsten, procedurele kwaliteit, tijd en kosten. In de volgende paragraaf (§ 2.2) worden deze gedefinieerd, verantwoord en uitgewerkt. Daarna wordt nog ingegaan op onderlinge samenhang (§ 2.3) en vergelijkbaarheid (§ 2.4).