Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/1.1.a
1.1.a Gewone rechtsmiddelen in strafzaken
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS609504:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Iets aangepaste definitie uit De Hullu 1989, p. 2 en Corstens/Borgers 2014, p. 887.
Leijten 1996, p. 317-318.
Het budget voor de gehele Hoge Raad bedraagt per jaar ruim 25 miljoen euro, zie Hoge Raad 2017, Bijlage 3.
Hoger beroep duurt volgens recente gegevens gemiddeld 40 weken, plus gemiddeld 13 weken voor het uitwerken van het rechtbankvonnis. Cassatie duurt gemiddeld 34 weken, plus gemiddeld 23 weken voor het uitwerken van het arrest in hoger beroep, zie Hoge Raad 2017, Bijlage 1 en De Rechtspraak 2016, p. 40, tabel 19. NB: over het uitwerken van vonnissen zijn alleen cijfers van meervoudige-kamerzaken verwerkt.
De Hullu, p. 166-171.
Leijten 1996, p. 317-318.
Bijv. EHRM 19 april 1994, nr. 16034/90, NJ 1995/462, m.nt. Alkema (Van de Hurk/Nederland): “The power to give a binding decision which may not be altered by a nonjudicial authority is inherent in the very notion of ‘tribunal’. The principle can also be seen as a component of the ‘independence’ required by Article 6 § 1.” Hierover Kuijer 2004, p. 247-248.
Corstens/Borgers 2014, p. 889.
De Hullu 1989, p. 1, citaat uit de toelichting bij het Wetboek van Strafvordering 1830.
Shapiro 1981, p. 49; Keulen 2012a, p. 8; Keulen & Knigge 2016, p. 617.
De Hullu 1989, p. 165; Corstens/Borgers 2014, p. 889; en recent Kamerstukken II 2015/16, 34517, nr. 3, p. 29-30 (MvT recht op eerlijk proces in Grondwet).
Deze korte opsomming van argumenten doet aan de complexiteit van die afweging trouwens tekort. Wie meent dat rechtsmiddelen veel geld kosten, moet zich afvragen wat de (maatschappelijke) kosten zijn van justitiële missers. En wie denkt dat rechters beter werk leveren omdat zij door een hogere rechter kunnen worden gecontroleerd, moet niet uitsluiten dat rechters juist hun uiterste best niet doen in de wetenschap dat zij mogelijk niet de finale beslissing nemen, enz.; zie uitgebreider De Hullu 1989, p. 165-171; Barendrecht & De Hoon 2006, p. 12-24. Voorts kunnen sommige voordelen van rechtsmiddelen ook op andere manieren (beter?) worden bereikt, zie over het doel van coördinatie van rechtspraak bijvoorbeeld Köhne 2000.
Zie hierover De Hullu 1989, p. 177-179; maar zie Hildebrandt 1995; De Meijer 2017.
Stamhuis 2002, p. 285-287.
Baas, De Groot-van Leeuwen & Laemers 2010.
De Hullu 1989, p. 183-188 en 230-233.
Buruma 2003.
Mevis & Reijntjes 2013.
Wie door een rechtbank wordt veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit, kan daartegen in beginsel in hoger beroep bij een gerechtshof. Wie in hoger beroep wordt veroordeeld, kan in beginsel in cassatie bij de Hoge Raad. Voor het openbaar ministerie staan deze gewone rechtsmiddelen eveneens open. Hoger beroep en cassatie zijn ‘rechtsmiddelen’, doorgaans gedefinieerd als de wettelijke mogelijkheden voor de betrokken procespartijen om een beslissing van een rechter ter toetsing voor te leggen aan een rechterlijke instantie die de bevoegdheid heeft om de bestreden rechterlijke beslissing te vernietigen.1 De rechtsmiddelen hoger beroep en cassatie zijn ‘gewone’ rechtsmiddelen, wat wil zeggen dat een strafrechtelijke einduitspraak niet onherroepelijk wordt en daarom in beginsel niet ten uitvoer kan worden gelegd zolang hoger beroep of cassatie openstaat of wordt behandeld.
Waarom bestaan deze gewone rechtsmiddelen? Schreef Leijten niet dat onze samenleving “zo is ingericht dat goed opgeleide rechters in volle vrijheid en zonder enige vrees of zorg voor hun lichamelijk, geestelijk en geldelijk welzijn, in het algemeen in staat worden gesteld onbevangen en deskundig te oordelen over de aan hen voorgelegde intermenselijk conflicten”, en is dat niet reden genoeg om met één instantie te volstaan?2 Bovendien nemen de vier gerechtshoven en de Hoge Raad een flinke hap uit de overheidsbegroting.3 Zou dat geld niet beter in onderwijs, zorg of betere berechting in eerste aanleg kunnen worden geïnvesteerd? Verder verlengt elk gewoon rechtsmiddel het strafproces met gemiddeld één jaar,4 met rechtsonzekerheid en nadelen voor de werking van de straf en waarheidsvinding van dien.5 Is rechterlijke beoordeling in één instantie dus niet voldoende?
Nee, aldus ook Leijten, ten eerste vanwege “de feilbaarheid van elk menselijk oordeel, of dat nu met autoriteit is toegerust of niet”.6 Zeker in strafzaken kan dit ingrijpende consequenties hebben, zoals de veroordeling tot levenslang van volstrekt onschuldigen of de vrijspraak van brute criminelen. Rechtsmiddelen zijn het énige middel om onrechtmatige, feitelijk onjuiste, willekeurige of ondoelmatige uitspraken te vernietigen en te herstellen. De eis van onafhankelijkheid verbiedt immers dat niet-rechterlijke organen veranderingen aanbrengen in rechterlijke beslissingen.7 Bovendien voorkomt reeds de mogelijkheid van controle en vernietiging waarschijnlijk al fouten.8 Rechtsmiddelen kunnen dus bijdragen aan het centrale doel van het strafprocesrecht, namelijk dat “een schuldige zijne welverdiende straf niet ligt zoude kunnen ontgaan” en dat “de onschuldige nimmer zoude behoeven beducht te zijn een slagtoffer te zullen worden van dwaling”.9 Rechtsmiddelen dragen verder bij aan procedurele rechtvaardigheid en aan de aanvaardbaarheid en aanvaarding van de resultaten van het strafproces. Niet alleen kan de mogelijkheid voor een ‘tweede kans’ op zichzelf als eis van behoorlijkheid worden beschouwd,10 maar ook kunnen rechtsmiddelen ruwe bejegening of oneerlijkheid in een eerdere fase van het strafproces herstellen of verzachten. Tot slot dragen rechtsmiddelen bij aan het bewaken van rechtseenheid en rechtsgelijkheid in Nederland en zijn zij belangrijk voor rechtsvorming en -verfijning.11
De wetgever heeft deze en andere voor- en nadelen afgewogen en per categorie zaken een knoop doorgehakt.12 Tegen tal van beslissingen in strafzaken staat geen of slechts één gewoon rechtsmiddel open (beschikkingen, overlevering, voorwaardelijke invrijheidstelling, tussentijdse beoordeling voortduren ISD- of TBS-maatregel). Tegen einduitspraken in gewone strafzaken staat zoals opgemerkt in beginsel hoger beroep en cassatie open. Tegenwoordig gaan nog zelden stemmen op voor algehele afschaffing van deze twee rechtsmiddelen in gewone strafzaken.13
Met de keuze hoger beroep en cassatie in gewone strafzaken open te stellen, is de kous echter niet af. Moeten beide rechtsmiddelen openstaan voor alle strafzaken, of alleen voor relatief zware feiten of straffen?14 Moet een beroep worden behandeld door een enkelvoudige of meervoudige kamer van rechters?15 Mag de insteller van het beroep de omvang van het beroep beperken?16 Moet in beroep de tenlastelegging opnieuw worden beoordeeld, of dient de bestreden uitspraak als zodanig te worden gecontroleerd?17 Moet in beroep ambtshalve worden getoetst of is een grievenstelsel aanvaardbaar?18
Dit boek gaat over één van de meest centrale vragen over de vormgeving van gewone rechtsmiddelen in strafzaken van de afgelopen decennia, namelijk het vraagstuk van zogeheten verlofstelsels. Moeten de gewone rechtsmiddelen hoger beroep en cassatie in strafzaken van een verlofstelsel worden voorzien?