Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/17.1:17.1 Inleiding
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/17.1
17.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS451612:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Nederlandse onderwijs is opgesplitst in openbaar en bijzonder onderwijs. Deze splitsing komt voort uit de gedachte dat ouders het recht moeten hebben om hun kinderen onderwijs te laten volgen dat in overeenstemming is met hun godsdienst of levensbeschouwing. Daarom is in Nederland ooit het bijzonder confessioneel onderwijs tot stand gekomen. Godsdienst speelt vanouds echter niet alleen een rol in het bijzonder onderwijs. In het openbaar onderwijs is godsdienst ook relevant omdat het openbaar onderwijs juist godsdienst- en levensbeschouwelijk neutraal moet zijn en er geen discriminatie op grond van godsdienst mag plaatsvinden. In dit hoofdstuk staat het openbaar onderwijs centraal. Het is als volgt opgebouwd. Voor een betere begripsvorming van de ontwikkeling van de rol van godsdienst in het onderwijs schets ik in paragraaf 17.2 eerst de totstandkoming van het grondrecht van de vrijheid van onderwijs (artikel 23 Grondwet). Daarna analyseer ik in de paragrafen 17.3-17.4 op welke wijze uitingen en gedragingen in het openbaar onderwijs als godsdienstig worden gekwalificeerd. Paragraaf 17.5 bevat de conclusie.