Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/1.3
1.3 Afbakening
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947774:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wel bespreek ik in par. 6.2.1 de afwezigheid van een nationaliteitsvereiste voor kiesgerechtigdheid bij de gemeenteraadsverkiezingen, omdat het daar een fundamenteel verschil betreft met de vereisten voor kiesgerechtigdheid bij de Tweede Kamerverkiezingen. Ook put ik, bijvoorbeeld bij de ronselproblematiek die in par. 14.2 aan de orde komt, uit incidenten die zich bij de gemeenteraadsverkiezingen voordeden om het probleem te illustreren.
Zie daarover beknopt par. 2.3.
Zie par. 3.3.1.
Zie voor een overzicht met verdere verwijzingen Van Hoboken e.a. 2019.
Bij het uitvoeren van dit onderzoek heb ik verschillende keuzes gemaakt die een nadere onderbouwing behoeven. Allereerst is van belang om op te merken dat de regulering van de Tweede Kamerverkiezingen in dit onderzoek centraal staat. Andere directe verkiezingen (Europees Parlement, provinciale staten, gemeenteraad en waterschappen) blijven, teneinde de focus van dit proefschrift te bewaken, (zo veel mogelijk) buiten beschouwing.1 Daarmee heb ik gekozen voor een onderzoek naar het centrale volksvertegenwoordigende orgaan van Nederland. Dit neemt niet weg dat de in het eerste deel geformuleerde waarborgen voor vrije en eerlijke verkiezingen ook op deze andere verkiezingen van toepassing zijn, zij het niet altijd op dezelfde juridische grondslag. Zo kent het stemgeheim slechts voor wat betreft de Tweede (en Eerste) Kamerverkiezingen een grondwettelijke grondslag (artikel 53 lid 2 Gw). Voor de andere verkiezingen moet men zijn in de Kieswet (artikel J 15 Kw).
Het kiesrecht is in tal van internationaalrechtelijke documenten vastgelegd.2 Voor het formuleren van de uitgangspunten voor vrije en eerlijke verkiezingen concentreer ik mij, zoals ik hierboven al aangaf, op een van die bepalingen, te weten artikel 3 Protocol 1 EVRM. Op basis van deze bepaling heeft zich in de loop der jaren een gedetailleerd normenkader met betrekking tot een vrij en eerlijk verkiezingsverloop ontwikkeld. Het artikel is het onderwerp van een gestaag oplopende hoeveelheid oordelen van het EHRM, waarin het Hof dit recht op ‘vrije en eerlijke verkiezingen’ nader heeft uitgelegd en geconcretiseerd. Ook de Venice Commission, het belangrijkste constitutionele adviesorgaan van de Raad van Europa, heeft op dat gebied belangrijk werk verricht. Door deze uitgebreide invulling onderscheidt de bepaling zich van andere verdragsrechtelijke kiesrechtbepalingen.3
Ook aan de selectie van de thema’s die in Deel 3 van dit proefschrift behandeld worden, ligt een aantal keuzes ten grondslag. Ik heb gekozen voor een analyse van die elementen van de verkiezingsprocedure waarin de in Deel 2 geformuleerde uitgangspunten blijkens de wetsgeschiedenis, literatuur en jurisprudentie op kiesrechtelijk gebied een rol spelen. Dit betekent dat niet de gehele verkiezingsprocedure tot in detail wordt behandeld. Voor wat betreft de verkiezingscampagne verdient het opmerking dat ik het thema desinformatie, dat zonder meer vragen oproept in het kader van een vrij en eerlijk verkiezingsverloop, buiten beschouwing heb gelaten. Het thema is nauw verwant aan het fenomeen microtargeting, dat ik in hoofdstuk 11 bespreek. Een van de bezwaren tegen microtargeting, oftewel het personaliseren van verkiezingscampagnes, is immers dat de techniek de verspreiding van desinformatie in de hand werkt: onwaarheden blijven makkelijker onopgemerkt. Niettemin ben ik niet afzonderlijk op desinformatie ingegaan, omdat het complexe thematiek betreft die een substantiële uitbreiding van dit onderzoek zou betekenen. Zo is discussie mogelijk over de precieze definitie van het begrip ‘desinformatie’ en wordt het verschijnsel, zowel op nationaal als internationaal niveau, door tal van verschillende soorten regelgeving genormeerd, afhankelijk van het type (internet)dienst dat voor de verspreiding van desinformatie gebruikt wordt, de wijze waarop de informatie wordt verspreid én de inhoud en context van de informatie.4 Het thema microtargeting heeft zich daarentegen beduidend verder uitgekristalliseerd. Dit begrip is vastomlijnd en zowel op EU- als nationaal niveau is specifiek op dit thema toegesneden regelgeving in aantocht, die zich leent voor een coherente analyse. Een en ander neemt niet weg dat de in het eerste deel geformuleerde uitgangspunten voor een vrij en eerlijk verkiezingsverloop zich in principe ook zullen lenen voor toepassing op het fenomeen ‘desinformatie’, wanneer de doctrine op dit gebied zich verder heeft ontwikkeld.