Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/6.6.2:6.6.2 De intrede van maatschappelijke belangen in het insolventie- en aansprakelijkheidsrecht
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/6.6.2
6.6.2 De intrede van maatschappelijke belangen in het insolventie- en aansprakelijkheidsrecht
Documentgegevens:
mr. A. Karapetian, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. A. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS346119:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Materieel strafrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het betreft de arresten Sigmacon II (HR 13 januari 1995, NJ 1996/472), Maclou en Prouvost (HR 19 april 1996, NJ 1996/727), Curatoren Mobell/Interplan (HR 19 december 2003, NJ 2004/293).
Zie r.o. 3.5.2 uit het reeds aangehaalde Hezemans/Tulp Air Lease-arrest.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Maatschappelijke belangen als het behoud van werkgelegenheid en onderneming deden hun intrede oorspronkelijk in een rechtsgebied dat zich bevindt op het snijvlak tussen het aansprakelijkheidsrecht en het insolventierecht. Het was bij de normstelling in het kader van de aansprakelijkheid van de curator (zowel in hoedanigheid als pro se) in faillissement waar de Hoge Raad in een reeks arresten besliste dat maatschappelijke belangen de geldende norm kunnen beïnvloeden.1 Die beïnvloeding heeft tot gevolg dat gedragingen van de curator die (ook) de realisering van maatschappelijk nut beogen, minder snel een normschending opleveren. Ook met betrekking tot de aansprakelijkheid van de bestuurder uit onrechtmatige daad gebruikt de Hoge Raad het maatschappelijk belang ter ondersteuning van het behoud van de ‘ernstig verwijt’-maatstaf als drempel voor aansprakelijkheid. Dat belang bestaat volgens de Hoge Raad uit het voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen.2 Deze rationale heeft aldus mede betrekking op het belang dat wordt voorkomen dat levensvatbare ondernemingen teloorgaan doordat bestuurders uit angst voor aansprakelijkheid geen risico’s durven te nemen.