Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/3.3.1
3.3.1 Soorten goederen en diensten
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS299529:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 13, lid 1, Uitvoeringsbeschikking OB.
Zie hoofdstuk 190 e.v. van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, jaareditie 2008, Kluwer; de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving worden opgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving, een orgaan van de stichting voor de Jaarverslaggeving waarin werkgevers, werknemers, NIVRA en NOvAA samenwerken. De Raad geeft inhoud aan de normen waaraan de in de wettelijke regeling voor jaarrekeningen toegepaste grondslagen van waardering en resultaatbepaling moeten voldoen.
Een actief is een uit gebeurtenissen in het verleden voortgekomen middel, waarover de rechtspersoon de beschikkingsmacht heeft en waaruit in de toekomst naar verwachting economische voordelen naar de rechtspersoon zullen vloeien. Zie onderdeel 210.104 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, jaareditie 2008.
De verschillende categorieën vaste activa worden respectievelijk beschreven in hoofdstukken 210 (immateriële vaste activa), 212 (materiële vaste activa), 213 (vastgoedbeleggingen) en 214 (financiële vaste activa) van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, jaareditie 2008.
De verschillende categorieën vlottende activa worden respectievelijk beschreven in hoofdstukken 220 (voorraden), 221 (onderhanden projecten), 222 (vorderingen), 226 (effecten) en 228 (liquide middelen) van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, jaareditie 2008.
Definitie ontleend aan onderdeel 212.106 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, jaareditie 2008.
Definitie ontleend aan onderdeel 220.105 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, jaareditie 2008.
Zie hiervoor de onderdelen 210.104 t/m 210.106 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, jaareditie 2008.
Zie de onderdelen 212.206 en 213.410 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, jaareditie 2008.
De btw-richtlijn kent de begrippen ‘investeringsgoederen’ (bijvoorbeeld in art. 174, 177, 187, 188, 189) en ‘investeringsdiensten’ (in art. 190). Art. 189, letter a, btw-richtlijn (art. 20, lid 4, Zesde richtlijn) geeft de lidstaten de vrijheid het begrip investeringsgoederen te definiëren. Nederland heeft investeringsgoederen gedefinieerd als: (a) onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen en (b) roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft, of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen.1 Gelet op deze definitie van investeringsgoederen is het van belang te onderzoeken wanneer goederen en diensten worden geactiveerd en op welke geactiveerde goederen en diensten wordt afgeschreven.
In de bedrijfseconomische theorie2 wordt de volgende onderverdeling gemaakt:
– Geactiveerde3 goederen en diensten
- Vaste activa4
→ Immateriële vaste active
Materiële vaste active
Vastgoedbeleggingen
Financiële vaste activa
- Vlottende activa5
→ Voorraden (handelsvoorraad en overige voorraad)
Onderhanden projecten
Vorderingen
Effecten
Liquide middelen
– Niet-geactiveerde goederen en diensten
De goederen die een ondernemer in het kader van zijn onderneming gebruikt kunnen dus onderscheiden worden in geactiveerde goederen (vaste activa: materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen, en vlottende activa: voorraden) en niet-geactiveerde goederen, die onmiddellijk ten laste van het resultaat worden gebracht. De materiële vaste activa zijn de activa die worden aangehouden voor gebruik in de productie of leveringen van goederen of diensten, voor verhuur aan anderen of voor bestuurlijke doeleinden; en waarvan men verwacht dat ze de uitoefening van de werkzaamheid van de rechtspersoon duurzaam (gedurende meer dan één periode) dienen.6 De voorraden zijn activa die worden aangehouden voor verkoop in het kader van de normale bedrijfsvoering, in het productieproces voor een dergelijke verkoop, of in de vorm van grond- en hulpstoffen die worden verbruikt tijdens het productieproces of tijdens het verlenen van diensten.7
Een immaterieel vast actief is een identificeerbaar niet-monetair actief zonder fysieke gedaante dat wordt gebruikt voor productie, aflevering van goederen of diensten, voor verhuur aan derden of voor administratieve doeleinden. Voorbeelden hiervan zijn intellectuele eigendomsrechten, computersoftware, klantenbestanden, franchises, enz. Een uitgave of verplichting die niet voldoet aan de criteria voor activering als een immaterieel actief wordt als kosten verantwoord in het boekjaar dat de uitgave is gedaan of de verplichting is aangegaan.8
Kosten van herstel of van groot onderhoud van een materieel vast actief of een vastgoedbelegging dienen te worden geactiveerd of van een opgebouwde voorziening te worden afgeboekt.9
Alleen op vaste activa wordt afgeschreven nu afschrijvingen gedefinieerd worden als de som van de geregistreerde en systematische waardedalingen van een groep vaste activa op de balans. Op voorraden wordt niet afgeschreven, ook niet op tot de voorraad behorende onroerende en roerende zaken waarop zou worden afgeschreven als zij als materieel vast activum geactiveerd zouden zijn.