Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/6.2.1
6.2.1 Algemeen
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS301201:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Voetnoten
Voetnoten
'Een richtlijn is verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is, doch aan de nationale instanties wordt de bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen', aldus artikel 288 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, gepubliceerd op 26 oktober 2012, PbEU C 326/47.
Aldus ook artikel 288 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Verordening 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures, gepubliceerd op 5 juni 2015, PbEU L 141/19.
Voluit: Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, gepubliceerd op 22 maart 2001, PbEU L 82/16.
Er bestaat een aantal Europese richtlijnen dat betrekking heeft op de positie van werknemers bij ondernemingen die vanwege financiële problemen in hun voortbestaan worden bedreigd. Het belang van de richtlijnen is gelegen in het feit dat zij de individuele lidstaten dwingen in hun nationale voorschriften regels op te nemen waarmee in de richtlijn genoemde resultaten worden bereikt. Weliswaar zijn de lidstaten vrij in de wijze waarop zij dat resultaat willen bereiken,1 maar de verplichting is evident. Bovendien moet de rechter bij geschillen (omtrent de uitleg) de betreffende nationale regels richtlijnconform toepassen; indien richtlijnconforme interpretatie van nationale richtlijnen niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat dit zou leiden tot een oordeel dat strijdig is met die nationale regels ('contra legem'), kan dat leiden tot aansprakelijkheid van de betreffende lidstaat wegens onjuiste of absente aanpassing van de regels aan de richtlijn.
Een richtlijn moet worden onderscheiden van een verordening. Een verordening heeft een algemene strekking. Zij is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.2 Overigens blijft de in 2015 herziene Insolventieverordening hier onbesproken, omdat deze met name ziet op de gevolgen van grensoverschrijdende gevallen van insolventie en voor dergelijke situaties formele en materiële regels geeft, terwijl dit onderzoek zich daar niet op richt.3
Er zijn in dit kader vier richtlijnen van belang, waarbij de belangrijkste voor dit hoofdstuk de richtlijn is die ziet op behoud van rechten van werknemers bij een overgang van onderneming: Richtlijn 2001/23/EG.4 Voordat daarop nader wordt ingegaan noem ik ter inleiding en illustratie eerst de drie andere voor dit onderwerp relevante richtlijnen, in chronologische volgorde.