NJB 2024/76
Bestanddelen art. 280 lid 1 Sr: in casu is van hebben ‘verborgen’ sprake doordat de verdachte twee minderjarige meisjes toen hij erachter kwam dat zij uit een instelling waren weggelopen en dat zij werden gezocht, nog een nacht in zijn woning heeft laten verblijven, zonder de politie of de instelling daarvan op de hoogte te stellen. In casu was er echter onvoldoende grond voor het oordeel dat de verdachte die minderjarigen toen ook ‘aan de nasporing van de ambtenaren van justitie of politie heeft onttrokken’ in de betekenis die art. 280 lid 1 Sr aan dat begrip geeft.
HR 19-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1775
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
19 december 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T.B. Trotman, F. Posthumus
- Zaaknummer
21/04897
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1775, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:961, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑11‑2023
- Wetingang
(art. 280 Sr)
Essentie
Bestanddelen art. 280 lid 1 Sr: in casu is van hebben ‘verborgen’ sprake doordat de verdachte twee minderjarige meisjes toen hij erachter kwam dat zij uit een instelling waren weggelopen en dat zij werden gezocht, nog een nacht in zijn woning heeft laten verblijven, zonder de politie of de instelling daarvan op de hoogte te stellen. In casu was er echter onvoldoende grond voor het oordeel dat de verdachte die minderjarigen toen ook ‘aan de nasporing van de ambtenaren van justitie of politie heeft onttrokken’ in de betekenis die art. 280 lid 1 Sr aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.