Einde inhoudsopgave
RvdW 1988, 95
HR, 13-05-1988, nr. 13220
HR 13-05-1988, ECLI:NL:PHR:1988:AD0305
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 mei 1988
- Magistraten
Ras, De Groot, Hermans, Bloembergen, Roelvink
- Zaaknummer
13220
- LJN
AD0305
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Vreemdelingenrecht (V)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1988:AD0305, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑05‑1988
ECLI:NL:PHR:1988:AD0305, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑05‑1988
- Wetingang
Essentie
Vreemdelingenrecht. Onrechtmatige daad van de Staat. Uitzetting van vreemdeling.
Samenvatting
Toepasselijkheid van het verbod van refoulement (art. 33 Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, Geneve, 28 juli 1951) ook op de situatie waarin voorshands slechts vaststaat dat niet blijkt dat er tussen redelijk denkende mensen geen twijfel over kan bestaan dat de vreemdeling zich, objectief beschouwd, niet in een vluchtsituatie bevindt. De vraag of er sprake is van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ (art. 33 lid 2 van genoemd Verdrag) dient aan de hand van de bijzondere concrete bijzonderheden van het geval te worden beantwoord. Het staat de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.