Einde inhoudsopgave
RvdW 1993, 155
HR, 01-07-1993, nr. 15029
HR 01-07-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1031
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 juli 1993
- Magistraten
Snijders, Mijnssen, Davids, Heemskerk, Swens-Donner
- Zaaknummer
15029
- LJN
ZC1031
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC1031, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑07‑1993
- Wetingang
Rv art. 697 lid 1 (oud)
Essentie
Zwarighedenprocedure. Ontvankelijkheid; proces-verbaal van zwarigheden; goede procesorde. Vergoeding verschuldigd voor inwoning bij bejaarde en hulpbehoevende ouders; bewijslast.
Samenvatting
Beroep op eigen niet-ontvankelijkheid appellante, wegens het niet voldoen van het proces-verbaal van zwarigheden aan de wettelijke vereisten, in de gegeven omstandigheden in strijd met de goede procesorde.
Niet van onjuiste rechtsopvatting geeft blijkt het oordeel dat in de gegeven omstandigheden (zie arrest) de bewijslast ter zake van de verschuldigdheid van een tegenprestatie voor het inwonen met gezin bij bejaarde en hulpbehoevende ouders, rust op de niet-inwonende kinderen.
Partij(en)
Anna Maria Hubertina Pinckaers, te Gronsveld, gem. Eijsden, eiseres ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.