Einde inhoudsopgave
RvdW 1993, 165
HR, 03-09-1993, nr. 15022
HR 03-09-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1048
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 september 1993
- Magistraten
Snijders, Mijnssen, Davids, Heemskerk, Swens-Donner
- Zaaknummer
15022
- LJN
ZC1048
- Vakgebied(en)
Politierecht (V)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC1048, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑09‑1993
- Wetingang
BW art. 6:101; BW art. 6:162; BW art. 1401 (oud); BPR art. 6.30
Essentie
Binnenvaartrecht. Aanvaring bij dichte mist. Schuld; wederzijdse fouten; schuldverdeling.
Samenvatting
De voorschriften van art. 6.30 van het Binnenvaartpolitiereglement brengen mee dat bij dichte mist schepen waarvan de schipper meent dat doorvaren verantwoord is, zoveel mogelijk de stuurboordzijde van het vaarwater moeten houden en hun snelheid moeten aanpassen aan de mate van beperking van het zicht, aan de aanwezigheid en bewegingen van andere schepen en aan de plaatselijke omstandigheden. Bij deze aanpassing mag een schip dat radar gebruikt, de waarneming met radar in aanmerking nemen, zoals ook de informatie per marifoon. Maar dat neemt niet weg dat ook daarbij telkens ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.