Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 221
HR, 28-10-1994, nr. 15466
HR 28-10-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1504
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 oktober 1994
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Korthals Altes, Neleman, Nieuwenhuis
- Zaaknummer
15466
- LJN
ZC1504
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1504, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑10‑1994
- Wetingang
BW art. 668 (oud); BW art. 1422 (oud); BW art. 1461 (oud); BW art. 1463 (oud); BW art. 1467 (oud); Fw art. 53 (oud)
Essentie
Cessie. Faillissement. Verrekening: vereiste dat de tegenvordering voor dadelijke vereffening vatbaar is. In geval de cedent na de cessie doch vóór de betekening failliet is verklaard, kan de debitor cessus zich niet tegenover de cessionaris op de voet van art. 53 Fw beroepen op verrekening van de gecedeerde vorderingen met de tegenvorderingen op de cedent.
Samenvatting
Door het opmaken van de akte van cessie overeenkomstig art. 668, eerste lid, (oud) BW komt de overdracht van de vordering aan de verkrijger tot stand en wordt de verkrijger mitsdien schuldeiser, aangenomen dat ook aan de overige vereisten voor overdracht is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.