Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 215
HR, 28-10-1994, nr. 8462
HR 28-10-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1511
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 oktober 1994
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Mijnssen, Korthals Altes, Swens-Donner
- Zaaknummer
8462
- LJN
ZC1511
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1511, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑10‑1994
- Wetingang
BW art. 1:161a; BW art. 1:254; BW art. 1:259; BW art. 1:260; BW art. 1:263; Rv art. 429f lid 1; Rv art. 902; Rv art. 902a
Essentie
Vaststelling omgangsregeling met ouder-niet-voogd tijdens ondertoezichtstelling en eventuele uithuisplaatsing van kind. Aanwijzingen van de gezinsvoogd. Horen gezinsvoogd.
Samenvatting
In geval van ondertoezichtstelling en eventuele uithuisplaatsing behoeft de niet met het gezag belaste ouder, indien de ouder-voogd zich tegen omgang verzet, zich niet te wenden tot de gezinsvoogd, doch kan hij zich op de voet van art. 1:161a BW rechtstreeks tot de rechter wenden met het verzoek een omgangsregeling vast te stellen. Hieraan doet niet af dat die ouder-voogd zich ook met betrekking tot de omgang van de kinderen met de andere ouder heeft te gedragen naar de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.