Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 238
HR, 11-11-1994, nr. 8470
HR 11-11-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1536
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 november 1994
- Magistraten
Royer, Roelvink, Korthals Altes, Neleman, Nieuwenhuis
- Zaaknummer
8470
- LJN
ZC1536
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Nationaliteitsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1536, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑11‑1994
- Wetingang
Toescheidingsovereenkomst Ned-Suriname art. 6; Rijkswet Nederlanderschap art. 3; Rijkswet Nederlanderschap art. 4; Rijkswet Nederlanderschap art. 5; Rijkswet Nederlanderschap art. 6; Rijkswet Nederlanderschap art. 7; Rijkswet Nederlanderschap art. 8; Rijkswet Nederlanderschap art. 9; Rijkswet Nederlanderschap art. 10; Rijkswet Nederlanderschap art. 11; Rijkswet Nederlanderschap art. 12; Rijkswet Nederlanderschap art. 13
Essentie
Nationaliteitsrecht. Toescheidingsovereenkomst Nederland-Suriname.
Samenvatting
Terecht heeft de Rechtbank verworpen het betoog van verzoeker, dat hij zijn Nederlanderschap heeft behouden, omdat art. 6 lid 1 (bepalende dat minderjarigen, indien hun vader is overleden, de nationaliteit volgen van hun moeder) te zijnen aanzien toepassing mist, immers deze bepaling slechts ziet op vaders die binnen de werking van de Toescheidingsovereenkomst vallen, hetgeen met betrekking tot zijn vader niet het geval is, nu deze een in Nederland geboren Nederlander was. De door verzoeker voorgestane uitleg van art. 6 lid 1 zou bovendien tot een resultaat leiden dat niet strookt met de strekking van die bepaling, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.