Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 254
HR, 01-12-1995, nr. 8745
HR 01-12-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1908
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 december 1995
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Neleman, Nieuwenhuis, Swens-Donner
- Zaaknummer
8745
- LJN
ZC1908
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht (V)
Insolventierecht / Surseance van betaling
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1908, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑12‑1995
- Wetingang
Essentie
Faillissement. Onpartijdigheid rechter; artikel 6 EVRM. Cassatie; belang; ambtshalve onderzoek rechter in hoger beroep.
Samenvatting
Middel: het hof had het vonnis van de rechtbank reeds behoren te vernietigen omdat dit vonnis niet is gewezen door een onpartijdige rechterlijke instantie, aangezien de rechter-commissaris in de voorlopig verleende surséance van betaling, zitting had in de enkelvoudige kamer van de rechtbank die vonnis wees. Zulks past niet in het systeem van de Nederlandse faillissementswet en betekent scheiding van art. 6 EVRM.
Hoge Raad: Het middel kan bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden. Zou ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.