Einde inhoudsopgave
RvdW 1997, 116
HR, 02-05-1997, nr. 16241
HR 02-05-1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2363
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 mei 1997
- Magistraten
Mijnssen, Herrmann, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
16241
- Conclusie
A-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
ZC2363
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:ZC2363, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑05‑1997
- Wetingang
BW art. 1:225 (oud)
Essentie
Vordering tot vernietiging van erkenning van een kind wegens dwaling of bedrog. Stelplicht en bewijslast. Onderzoeksplicht erkenner.
Samenvatting
Als uitgangspunt moet worden genomen dat op degene die ex art. 1:225 lid 1 (oud) BW vernietiging vordert van een erkenning, de stelplicht en de bewijslast rusten terzake van feiten die tot de gevolgtrekking moeten leiden dat degene die de erkenning heeft gedaan, daartoe is bewogen door bedreiging, dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden.
's Hofs oordeel dat de door de erkenner gestelde feiten (zie r.o. 3.4 arrest; red.) onvoldoende zijn om daarop de vernietiging van de erkenning te baseren geeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.