Einde inhoudsopgave
RvdW 1998, 40
HR, 06-02-1998, nr. 16466: BMW/Blok
HR 06-02-1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2570 (BMW/Blok)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 1998
- Magistraten
Roelvink, Korthals Altes, Neleman, Heemskerk, Jansen
- Zaaknummer
16466
- Conclusie
A-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
ZC2570
- Roepnaam
BMW/Blok
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Auteursrecht
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:ZC2570, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑1998
- Wetingang
Essentie
Uitleg gedingstukken; grenzen rechtsstrijd; verklaring voor recht. Auteursrecht; stelplicht en belang.
Niet onbegrijpelijk dat hof uitlatingen geïntimeerde in akte heeft opgevat als (niet meer dan) zuivere referte nog daargelaten dat ook erkenning hof niet zou hebben verplicht tot afgifte verklaring voor recht omtrent onrechtmatigheid; geen overschrijding grenzen rechtsstrijd. Geen blijk van onjuiste rechtsopvatting geeft 's hofs oordeel dat BMW onvoldoende belang heeft bij haar op auteursrecht gebaseerde vordering nu zij daartoe onvoldoende heeft gesteld.
Samenvatting
Eiseressen tot cassatie, rechthebbende op het woord- en beeldmerk BMW, hebben verweerster in cassatie in rechte betrokken stellende dat verweerster ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.