Einde inhoudsopgave
RvdW 1998, 42
HR, 06-02-1998, nr. 16509, nr. C96/327HR: Wijngo/Van Wezel
HR 06-02-1998, ECLI:NL:PHR:1998:ZC2572 (Wijngo/Van Wezel)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 1998
- Magistraten
Roelvink, Mijnssen, Korthals Altes, Jansen, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
16509
C96/327HR
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
ZC2572
- Roepnaam
Wijngo/Van Wezel
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:ZC2572, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑1998
ECLI:NL:PHR:1998:ZC2572, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑02‑1998
- Wetingang
BW art. 3:307; BW art. 7:634; BW art. 7:642; BW art. 7A:1638bb (oud); BW art. 7A:1638ll (oud)
Essentie
Verjaringstermijnen van art. 7A:1638ll (oud) BW.
Korte verjaringstermijnen ter zake van dwingendrechtelijke vakantieregelingen zijn niet van toepassing ingeval het gaat om vorderingen uit hoofde van niet genoten ATV-dagen.
Samenvatting
Werknemer heeft gedurende het inmiddels beëindigde dienstverband nimmer ATV-verlof genoten waarop hij op grond van de toepasselijke CAO recht had. Werknemer kan in beginsel aanspraak maken op een uitkering in geld ter compensatie van niet genoten roostervrije dagen. In cassatie gaat het nog slechts om een door werkgever gedaan beroep op verjaring. Werkgever betoogt dat de korte verjaringstermijnen van art. 7A:1638ll (oud) BW rechtstreeks of ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.