Einde inhoudsopgave
RvdW 1999, 120
Haagse Rechtsvorderingsverdrag: exequatur van buitenlandse proceskostenveroordelingen; expeditie van ten uitvoer te leggen vonnis; overgangsrecht; openbare orde; vertaling; proceskosten; 6:123 BW; proceskosten exequaturprocedure
HR 10-09-1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2962 (Triumph Europe)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 september 1999
- Magistraten
Martens, Korthals Altes, Neleman, Heemskerk, Herrmann
- Zaaknummer
R98/112HR
- Conclusie
A-G Strikwerda)
- LJN
ZC2962
- Roepnaam
Triumph Europe
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Verbintenissenrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:ZC2962, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑09‑1999
- Wetingang
Rechtsvorderingsverdrag 1954 art. 17; Rechtsvorderingsverdrag 1954 art. 18; Rechtsvorderingsverdrag 1954 art. 19; BW art. 6:123; EVRM art. 6
Essentie
Haagse Rechtsvorderingsverdrag: exequatur van buitenlandse proceskostenveroordelingen; expeditie van ten uitvoer te leggen vonnis; overgangsrecht; openbare orde; vertaling; proceskosten; art. 6:123 BW; proceskosten exequaturprocedure.
In art. 19 lid 2 onder 1 Verdrag ligt besloten dat degene die een exequatur verzoekt een expeditie dient over te leggen van de uitspraak waarop een exequatur wordt gevraagd. Bij gebreke van regels van overgangsrecht moet worden aangenomen dat art. 18 en 19 Verdrag toepassing kunnen vinden op alle proceskostenveroordelingen uitgesproken nà de dag waarop het Verdrag voor de betrokken verdragsstaten in werking is getreden. Hoewel het Verdrag daarin zelf niet voorziet, kan in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.