Einde inhoudsopgave
RvdW 2000, 132
Publieke bestemming Noordzee. Publiekrechtelijke ontheffing ingevolge de WVZ. Onaanvaardbare doorkruising publiekrechtelijke regeling.
HR 19-05-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5860 (Gemeente ’s-Gravenhage/Staat, Haagse bagger)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 mei 2000
- Magistraten
H.L.J. Roelvink, P. Neleman, A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers, P.C. Kop
- Zaaknummer
C98/317HR
- Conclusie
A-G Spier
- LJN
AA5860
- Roepnaam
Gemeente ’s-Gravenhage/Staat
Haagse bagger
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2000:AA5860, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑05‑2000
ECLI:NL:HR:2000:AA5860, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑05‑2000
- Wetingang
Essentie
Publieke bestemming Noordzee. Publiekrechtelijke ontheffing ingevolge de WVZ. Onaanvaardbare doorkruising publiekrechtelijke regeling.
Ook al heeft de Noordzee niet de publieke bestemming van stortplaats van afvalstoffen, waaronder baggerspecie, het na afweging van de betrokken belangen verlenen van een publiekrechtelijke ontheffing ingevolge de WVZ (Wet verontreiniging zeewater) brengt mee dat het storten van baggerspecie overeenkomstig de ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften niet, althans niet zonder meer, in strijd is met de publieke bestemming. Ofschoon de WVZ niet zelf een regeling inhoudt m.b.t. het opleggen van publiekrechtelijke heffingen, kunnen op grond van deze wet wel aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.