JOW 2002, 1
wederrechtelijk verkregen voordeel; motivering
HR 30-10-2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3200
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 oktober 2001
- Magistraten
Davids, Koster, Corstens, Van Buchem-Spapens, Van Dorst
- Zaaknummer
02659/00P
- Conclusie
A‑G Wortel
- LJN
AB3200
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Onbekend (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2001:AB3200, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 30‑10‑2001
ECLI:NL:HR:2001:AB3200, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 30‑10‑2001
- Wetingang
Essentie
wederrechtelijk verkregen voordeel; motivering
Samenvatting
Bij de bepaling van de hoogte van het wederrechterlijk verkregen voordeel kunnen slechts de kosten die in directe relatie staan tot het delict, gelden als kosten die voor aftrek in aanmerking komen (vgl. HR 8 juli 1998, JOW 1998/54). De wetgever heeft de rechter grote vrijheid gelaten of en zo ja, in welke mate hij rekening wil houden met zodanige kosten.
De beslissing daaromtrent behoeft in het algemeen geen motivering. Wanneer evenwel, zoals in het onderhavige geval, door of namens de veroordeelde gemotiveerd en met specificatie van de desbetreffende posten het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.