Einde inhoudsopgave
RvdW 2001, 170
Antilliaanse zaak. Vaderschapsactie. Verjaringstermijn. Ongelijke behandeling van wettige en buiten huwelijk geboren, niet erkende kinderen? Geen anticipatie.
HR 02-11-2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2789
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 november 2001
- Magistraten
F.H.J. Mijnssen, A.E.M. van der Putt-Lauwers, A.G. Pos, A. Hammerstein, P.C. Kop
- Zaaknummer
R00/141HR
- Conclusie
A-G Bakels
- LJN
AB2789
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Personen- en familierecht / Alimentatie
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Discriminatieverbod
Europees belastingrecht / Discriminatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2001:AB2789, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑11‑2001
ECLI:NL:PHR:2001:AB2789, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑11‑2001
- Wetingang
BW (Ned. Antillen) art. 479 lid 2; BW art. 1:405 lid 2 (oud); EVRM art. 8; EVRM art. 14; GW art. 1; IVBP art. 26
Essentie
Antilliaanse zaak. Vaderschapsactie. Verjaringstermijn. Ongelijke behandeling van wettige en buiten huwelijk geboren, niet erkende kinderen? Geen anticipatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding terug te komen van zijn arrest van 20 januari 1995, NJ 1995, 326, waarin hij oordeelde dat de in art. 1: 405 lid 2 (oud) BW (= art. 479 lid 2Boek 1 (oud) BWNA) voorziene verjaringstermijn van de vordering die ertoe strekt het vaderschap te doen vaststellen ten einde een veroordeling tot het betalen van alimentatie te verkrijgen, niet als in strijd met art. 1 Grondwet, art. 8 en 14 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.