Einde inhoudsopgave
RvdW 2001, 173
‘Nevenwerkzaamheden gedurende werktijd’ in de zin van het Rechtspositiebesluit Overheidspersoneel.
HR 02-11-2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2753
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 november 2001
- Magistraten
G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, R. Herrmann, A.E.M. van der Putt-Lauwers, H.A.M. Aaftink, P.C. Kop
- Zaaknummer
C00/020HR
- Conclusie
A-G Bakels
- LJN
AB2753
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht (V)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2001:AB2753, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑11‑2001
ECLI:NL:PHR:2001:AB2753, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑11‑2001
- Wetingang
BW art. 7:610; RO art. 99; RPBO art. I-Q512 (oud); RPBO art. I-P54
Essentie
‘Nevenwerkzaamheden gedurende werktijd’ in de zin van het Rechtspositiebesluit Overheidspersoneel.
De omstandigheid dat ingevolge de tussen partijen gesloten beëindigingsovereenkomst de bedongen werkzaamheden tot de datum van het ontslag niet daadwerkelijk behoefden te worden verricht, brengt, nu de beëindigingsovereenkomst niet voorzag in een uitdrukkelijke afwijking op dit punt, niet mee dat de belanghebbende is ontheven van zijn uit art. Ⅰ-Q512 Rechtspositiebesluit Overheidspersoneel voortvloeiende verplichting eventuele geldelijke vergoedingen voor nevenwerkzaamheden af te dragen aan de instelling voor zover hij deze verricht gedurende werktijd.
Samenvatting
Het gaat in deze zaak om een arbeidsovereenkomst waarop (mede) van toepassing is het Rechtspositiebesluit Overheidspersoneel ( ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.