Einde inhoudsopgave
RvdW 2005, 88
Onteigening; gevolg niet-inachtneming voorschrift art. 20 lid 1 OW
HR 24-06-2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2656
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
24 juni 2005
- Magistraten
Mrs. P. Neleman, D.H. Beukenhorst, P.C. Kop, W.A.M. van Schendel, F.B. Bakels
- Zaaknummer
C04/224HR (1411)
- Conclusie
A-G Wesseling-van Gent
- LJN
AT2656
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Onteigeningsrecht / Onteigening
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2005:AT2656, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑06‑2005
ECLI:NL:HR:2005:AT2656, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑06‑2005
- Wetingang
Essentie
Onteigening; gevolg niet-inachtneming voorschrift art. 20 lid 1 OW.
Gezien de wetsgeschiedenis en gelet op de samenhang met het bepaalde in art. 18 OW, is — zo nodig door de rechter ambtshalve uit te spreken — niet-ontvankelijkheid het gevolg van niet-inachtneming van het voorschrift van art. 20 lid 1 OW (benoeming van een derde indien de in de onteigeningstitel aangewezen gerechtigde is overleden).
Samenvatting
Het gaat in deze zaak om de vraag of de gemeente niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat de vordering in strijd met art. 18 OW aanhangig is gemaakt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.