JOL 2006, 272
Antillenzaak. Weigering vergunningverlening bestuursorgaan; belangenafweging. Vervolg op HR 20 december 2002, NJ 2004, 4, m.nt. JBVM. 's Hofs oordeel dat de Gouverneur bij zijn aan zijn besluit ten grondslag liggende belangenafweging in redelijkheid heeft kunnen komen tot het oordeel dat het algemeen belang geschaad wordt indien de door thans eisers tot cassatie verzochte vergunning wordt verstrekt hoewel er aanwijzingen bestaan dat een van hen is gelieerd aan de georganiseerde misdaad, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd nu een reactie van eisers op de uiteindelijk aan hen bekend geworden informatie waarop de Gouverneur zijn beslissing heeft gebaseerd geen ontkenning, laat staan een gemotiveerde ontkenning, inhield.
HR 28-04-2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8328
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
28 april 2006
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop, J.C. van Oven, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R04/131HR
- Conclusie
A-G Keus
- LJN
AU8328
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AU8328, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 28‑04‑2006
ECLI:NL:PHR:2006:AU8328, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑12‑2005
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑12‑2004
Essentie
Antillenzaak. Weigering vergunningverlening bestuursorgaan; belangenafweging.
Vervolg op HR 20 december 2002, NJ 2004, 4, m.nt. JBVM. 's Hofs oordeel dat de Gouverneur bij zijn aan zijn besluit ten grondslag liggende belangenafweging in redelijkheid heeft kunnen komen tot het oordeel dat het algemeen belang geschaad wordt indien de door thans eisers tot cassatie verzochte vergunning wordt verstrekt hoewel er aanwijzingen bestaan dat een van hen is gelieerd aan de georganiseerde misdaad, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd nu een reactie van eisers op de uiteindelijk aan hen bekend geworden informatie waarop de Gouverneur ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.