Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 1147
Vennootschapsrecht. Onbevoegde vertegenwoordiging vennootschap wegens tegenstrijdig belang (art. 2:256 BW) bij garantstelling voor verplichtingen uit huurovereenkomst van dochtervennootschap? Cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO.
HR 08-12-2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ2655
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
8 december 2006
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, P.C. Kop, E.J. Numann, J.C. van Oven, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C05/245HR
- Conclusie
A-G Timmerman
- LJN
AZ2655
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2006:AZ2655, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑12‑2006
ECLI:NL:HR:2006:AZ2655, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 08‑12‑2006
Essentie
Vennootschapsrecht. Onbevoegde vertegenwoordiging vennootschap wegens tegenstrijdig belang (art. 2:256 BW) bij garantstelling voor verplichtingen uit huurovereenkomst van dochtervennootschap? Cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO.
Partij(en)
Breda Industries B.V., eiseres tot cassatie, adv. mr. E. Grabandt,
tegen
N.V. Interpolis Onroerend Goed, verweerster in cassatie, adv. aanvankelijk mr. G.C. Makkink, thans mr. D.M. de Knijff.
Voorgaande uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie — verder te noemen: Interpolis — heeft bij exploot van 19 april 2002 eiseres tot cassatie — verder te noemen: Industries — gedagvaard voor de rechtbank ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.