JOL 2007, 84
WAM. Verzekeringsdekking: begrip diefstal in art. 3 lid 1 WAM en art. 3 § 1 van de Gemeenschappelijke Bepalingen; vrijheid verdragsluitende partijen. Voor de uitleg van het begrip ‘diefstal’ in art. 3 lid 1 WAM dient — naar blijkt uit HR 19 april 1968, NJ 1968, 327 — naar de bedoeling van de Nederlandse wetgever te worden aangesloten bij de betekenis van dat begrip in art. 310 Sr., zodat — wil van ‘diefstal’ kunnen worden gesproken — dient vast te staan dat degene die zich de macht over het motorrijtuig heeft verschaft, het oogmerk had zich dat motorrijtuig — zij het wellicht tijdelijk — wederrechtelijk toe te eigenen. Aan het begrip ‘diefstal’ in art. 3 § 1 van de Gemeenschappelijke Bepalingen behorende bij de Beneluxovereenkomst betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen komt ingevolge het arrest van het BenGH van 20 mei 1983, A 82/4, NJ 1985, 10, m.nt. FHJM, weliswaar een beperktere reikwijdte toe, maar de Verdragsluitende Partijen kunnen op grond van art. 1 § 2 van de Overeenkomst de Gemeenschappelijke Bepalingen vervangen door bepalingen die grotere waarborgen geven aan de benadeelden, zodat het arrest van het BenGH niet dwingt terug te komen van hetgeen de Hoge Raad in zijn arrest van 1986 heeft beslist.
HR 09-02-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5830
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
9 februari 2007
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C05/311HR
- Conclusie
A-G Spier
- LJN
AZ5830
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ5830, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑02‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ5830, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 09‑02‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑11‑2005
Essentie
WAM. Verzekeringsdekking: begrip diefstal in art. 3 lid 1 WAM en art. 3§ 1 van de Gemeenschappelijke Bepalingen; vrijheid verdragsluitende partijen.
Voor de uitleg van het begrip ‘diefstal’ in art. 3 lid 1 WAM dient — naar blijkt uit HR 19 april 1968, NJ 1968, 327— naar de bedoeling van de Nederlandse wetgever te worden aangesloten bij de betekenis van dat begrip in art. 310 Sr., zodat — wil van ‘diefstal’ kunnen worden gesproken — dient vast te staan dat degene die zich de macht over het motorrijtuig ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.