Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 190
Vervolg op HR 6 februari 2004, NJ 2005, 403 m.nt. PV. Kort geding tot zekerheidstelling d.m.v. bankgarantie voor voldoening van bij arbitraal vonnis toegewezen vordering. Bevoegdheid op grond van art. 24 EEX-Verdrag? Beroep op verjaring hoofdvordering; Fenex-voorwaarden. Cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO.
HR 09-02-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3534
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
9 februari 2007
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, E.J. Numann, J.C. van Oven
- Zaaknummer
C05/327HR
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
AZ3534
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ3534, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑02‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ3534, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 09‑02‑2007
Essentie
Vervolg op HR 6 februari 2004, NJ 2005, 403 m.nt. PV. Kort geding tot zekerheidstelling d.m.v. bankgarantie voor voldoening van bij arbitraal vonnis toegewezen vordering. Bevoegdheid op grond van art. 24 EEX-Verdrag? Beroep op verjaring hoofdvordering; Fenex-voorwaarden. Cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO.
Partij(en)
[Eiseres], te [vestigingsplaats], Duitsland, eiseres tot cassatie, adv. mr. E. Grabandt,
tegen
[Verweerster], te [vestigingsplaats], verweerster in cassatie, adv. mr. B.T.M. van der Wiel.
Voorgaande uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in voorgaande instanties
De Hoge Raad verwijst voor het verloop van dit geding tussen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.