Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 180
WAM. Verzekeringsdekking: begrip diefstal in art. 3 lid 1 WAM en art. 3 § 1 van de Gemeenschappelijke Bepalingen; vrijheid verdragsluitende partijen.
HR 09-02-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5830
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
9 februari 2007
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C05/311HR
- Conclusie
A-G Spier
- LJN
AZ5830
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Verkeersrecht / Aansprakelijkheid
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ5830, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑02‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ5830, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 09‑02‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑11‑2005
- Wetingang
Sr art. 310; WAM art. 3 lid 1
Essentie
WAM. Verzekeringsdekking: begrip diefstal in art. 3 lid 1 WAM en art. 3§ 1 van de Gemeenschappelijke Bepalingen; vrijheid verdragsluitende partijen.
Voor de uitleg van het begrip ‘diefstal’ in art. 3 lid 1 WAM dient — naar blijkt uit HR 19 april 1968, NJ 1968, 327— naar de bedoeling van de Nederlandse wetgever te worden aangesloten bij de betekenis van dat begrip in art. 310 Sr, zodat — wil van ‘diefstal’ kunnen worden gesproken — dient vast te staan dat degene die zich de macht over het motorrijtuig heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.