JOL 2007, 144:Internationaal privaatrecht. Grensoverschrijdende betekening appeldagvaarding; niet-inachtneming taalvoorschrift van art. 8 EG-Betekeningsverordening; herstel mogelijk? Rechterlijk overgangsrecht. Vervolg op HR 17 oktober 2003, NJ 2004, 267 en HVJEG 8 november 2005, nr. C-443/03, RvdW 2006, 98. De thans door het HvJEG aan de EG-Betekeningsverordening gegeven uitleg maakt duidelijk dat de niet-inachtneming van het taalvoorschrift van art. 8 lid 1 hersteld kan worden mits dat herstel onverwijld plaatsvindt. Door de lacune in art. 8 was het voor thans eiser tot cassatie in 2001 niet duidelijk dat hij, zoals thans is gebleken uit de uitspraak van het HvJEG, alsnog aan dat taalvoorschrift kon voldoen door onverwijld een Duitse vertaling van de dagvaarding overeenkomstig de in de verordening gestelde eisen aan thans verweerster in cassatie te doen toekomen. Het hof had daarom de zaak te dien einde moeten aanhouden, zodat de subsidiaire klacht van het middel in zoverre slaagt. In de procedure na verwijzing moet de door het HvJEG bedoelde termijn geacht worden in te gaan op de datum van uitspraak van dit arrest.