JABW 1996, 126
CRvB, 16-04-1996, nr. 95/5134ABW, nr. 95/5148ABW
CRvB 16-04-1996, ECLI:NL:CRVB:1996:ZB5901
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
16 april 1996
- Magistraten
C.G. Kasdorp, G.A.J. van den Hurk, J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Zaaknummer
95/5134ABW
95/5148ABW
- LJN
ZB5901
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid bijstand (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:1996:ZB5901, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 16‑04‑1996
Essentie
Beëindiging bijstand; vrijlating vermogen; terugwerkende kracht; inlichtingenplicht; renteschade; vergoeding immateriële schade.
Samenvatting
Er is geen enkele reden om aan te nemen dat betrokkene op 1 november 1993 ook maar kon vermoeden dat zijn uitkering met ingang van die datum op grond van zijn vermogenspositie zou kunnen worden beëindigd. Onder die omstandigheden moet de beëindiging van de uitkering met terugwerkende kracht in strijd worden geacht met het rechtszekerheidsbeginsel.
De gemeente wordt met ingang van 1 december 1993 veroordeeld renteschade te vergoeden op de voet van art. 6:119 en 6:120 BW.
Het verzoek om vergoeding van immateriële schade op de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.