Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.1.9
2.1.9 Onwezenlijke bestanddelen
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS645011:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
RGZ 69, 117; RGZ 158, 362; Staudinger/Stieper (2021) BGB §93, Rn. 38; Zie hierover uitgebreid Schlimpert (2015), p. 108.
Baur/Stürner (2009), p. 15; Schlimpert (2015), p. 108.
MüKoBGB/Stresemann §93 BGB Rn 33; Staudinger/Stieper (2021) BGB §93 Rn. 41.
Spyridakis (1966), p. 92: “Sie sind Sachen im Rechtssinne, deshalb können sie nicht als Bestandteile – ‚unwesentliche‘, wie die herrschende Lehre sie nennt – gelten; denn ein körperliche Gegenstand (§90 BGB) kann entweder als Sache oder als Sachbestandteil erscheinen.”
Schlimpert (2015), p. 110.
Staudinger/Stieper (2021) BGB §93, Rn. 38. Wieling (2007), p. 35; Schlimpert (2015), p. 110.
Mugdan III, p. 22.
Naast de wezenlijke bestanddelen bestaan er ook unwesentliche Bestandteile.1 Deze onwezenlijke bestanddelen vormen op grond van de verkeersopvatting een eenheidszaak met de andere bestanddelen, maar zij vallen niet onder de beschrijving van §93 BGB.2 Doordat de onwezenlijke bestanddelen onderdeel zijn van een zaak, luidt de hoofdregel dat de zakelijke rechten die op de eenheidszaak rusten zich in beginsel ook over hen uitstrekken.3 In beginsel, want deze regel geldt niet als een onwezenlijk bestanddeel vóór de verbinding aan een ander toebehoorde dan aan de eigenaar van de eenheidszaak, of als het bestanddeel vóór de verbinding bezwaard was met een beperkt recht. In dat geval heeft de verbinding geen rechtsgevolgen. De onwezenlijke bestanddelen behouden hun zaakskwaliteit.4 De beperkende werking die §93 BGB heeft op §90 BGB is niet op deze bestanddelen van toepassing.5 De banden onder een auto of de zonnepanelen die op het dak van een huis geplaatst zijn, kunnen afzonderlijke zaken zijn. Bestanddelen zijn onwezenlijk in het geval zij hun eigen identiteit behouden, ondanks dat zij zijn ingebouwd in een andere zaak.6 Vandaar dat op deze bestanddelen rechten kunnen rusten, die niet op de rest van de zaak rusten.7 Onwezenlijke bestanddelen zijn sonderrechtsfähig en worden derhalve ook wel sonderrechtsfähige of einfache Bestandteile genoemd. Ze zijn onderdeel van de eenheidszaak, maar kunnen daarvan worden losgemaakt zonder dat de afscheiding vernietiging of een wezensverandering tot gevolg heeft.
“Lassen sich die Bestandtheile von einander trennen, ohne daβ der eine oder der andere zerstört oder in seinem Wesen verändert wird, so fordert die Rechtslogik keines, daβ das Bestehen von Sonderrechten an ihnenvor der Trennung ausgeschlossen werde.”8
Na de verbinding kunnen de zakelijke rechten op de onwezenlijke bestanddelen blijven bestaan. Achter deze gedachte schuilt de continuïteitsgedachte van het zakenrecht: een zakelijk recht mag niet (te) snel tenietgaan.