De notaris en gelijk oversteken
Einde inhoudsopgave
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/6.3.2.3:6.3.2.3 Hoeveel geld kosten de recherches voor de partijen?
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/6.3.2.3
6.3.2.3 Hoeveel geld kosten de recherches voor de partijen?
Documentgegevens:
mr. T.J. Bos, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T.J. Bos
- JCDI
JCDI:ADS941793:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het notariaat bevindt zich ten aanzien van het doorrekenen van de recherchekosten in een lastig parket. Kantoren afficheren niet expliciet dat zij geen winst maken met de recherches, maar het kan niet de bedoeling zijn dat partijen in de veronderstelling verkeren dat zij het kantoor betalen wat de recherches kosten voor het kantoor, terwijl deze kosten voor het kantoor in werkelijkheid aanzienlijk lager liggen. Hier staat tegenover dat van kantoren niet kan worden verwacht dat zij de kosten van deze recherches – die zij verplicht moeten maken – geheel of gedeeltelijk uit de eigen portemonnee betalen. De ogenschijnlijk meest logische middenweg – het factureren van het precieze bedrag dat de recherches bij de betreffende transactie hebben gekost – is echter evenmin een praktische oplossing. Immers, stel dat de junior-werknemer één dag afwezig is en dat daarom een senior met een dubbel zo hoog uurloon de recherches verricht; het is dan moeilijk te rechtvaardigen jegens partijen dat de recherches twee keer zoveel kosten als de dag ervoor. Het exact berekenen van deze kosten zou bovendien nagenoeg zoveel tijd in beslag nemen als de recherches zelf. Het is daarom niet onvoorstelbaar dat bij de standaard-transactie een kleine winst wordt gemaakt met het factureren van de recherches teneinde een buffer op te bouwen, om te compenseren voor de uitzonderingssituaties waarin de recherches meer dan gebruikelijk kosten.
Ook het beantwoorden van de vraag hoeveel de recherches in de notariële praktijk kosten voor de partijen bij een transactie, betreft geen sinecure. Het probleem is dat kantoren deze kosten op vele verschillende wijzen kunnen administreren en/of factureren. Zo is het bijvoorbeeld goed denkbaar dat de recherchekosten én de inzagekosten tezamen niet als zodanig op de factuur komen, maar dat partijen slechts een rekening ontvangen voor de gehele transactie. Ook in dit laatste geval zijn er nog verschillende mogelijkheden, want wat is precies ‘de transactie’? Is dat slechts de levering van de onroerende zaak, of óók het teniet doen gaan en het vestigen van het hypotheekrecht? Om aan deze moeilijkheden zoveel als mogelijk tegemoet te komen, zijn de respondenten verschillende antwoordmogelijkheden gegeven. De respondenten zijn ten eerste gevraagd om het bedrag dat zij voor de recherches in rekening brengen aan partijen in te vullen. Dit bedrag is inclusief de inzagekosten van het kadaster; deze vormen immers onderdeel van de rekening die partijen ontvangen voor de transactie. De respondenten is gevraagd dit bedrag te geven voor (a) de levering, (b) de vestiging van het hypotheekrecht en (c) het teniet doen gaan van het hypotheekrecht afzonderlijk (dus voor alle te verrichten rechtshandelingen apart). Voor het geval dat de recherchekosten bij alle te verrichten rechtshandelingen niet afzonderlijk worden gefactureerd, is respondenten de mogelijkheid gegeven om deze vragen over te slaan en in plaats daarvan één bedrag aan recherchekosten voor de gehele transactie in te vullen.
Voor het geval dat de recherchekosten niet apart worden vermeld op de factuur (bij de specifieke rechtshandeling noch bij de gehele transactie), is respondenten bovendien de mogelijkheid gegeven om het totaalbedrag in te vullen dat het kantoor in rekening brengt (dus inclusief (bijvoorbeeld) het honorarium voor de notaris zelf) voor (de rechtshandelingen die deel uitmaken van) de transactie. Ook hierbij kunnen, gelijk aan de vorige vraag, respondenten kiezen of zij de recherchekosten invullen voor de afzonderlijke rechtshandelingen (de levering, de vestiging van het hypotheekrecht en het teniet doen gaan van het hypotheekrecht), of dat zij het bedrag invullen dat het kantoor rekent voor de hele transactie. Het idee luidt hier dat indien sommige respondenten beide mogelijkheden invullen (dus recherchekosten voor de afzonderlijke rechtshandelingen of hele transactie, en de totale kosten voor de afzonderlijke rechtshandelingen of hele transactie), een inschatting kan worden gemaakt over de recherchekosten bij de (kantoren van) respondenten die slechts een totaalbedrag (voor de rechtshandeling of hele transactie) hebben ingevuld (‘extrapoleren’). Op deze manier kan, zelfs indien betrekkelijk weinig kantoren de recherchekosten afzonderlijk factureren (of indien betrekkelijk weinig respondenten dit bedrag weten), een meer representatieve schatting worden gemaakt van de recherchekosten (namelijk; een schatting op basis van méér respondenten), omdat ook de kantoren die slechts de kosten van de gehele rechtshandeling of transactie hebben ingevuld in aanmerking kunnen worden genomen.
Het bedrag dat gemiddeld bij partijen in rekening wordt gebracht voor de recherches bij de levering van het registergoed en het vestigen van het hypotheekrecht, is om en nabij gelijk: deze zijn respectievelijk 43,75 en 42,12 euro (respectievelijk veertien en dertien respondenten). Bij het teniet doen gaan van het hypotheekrecht worden niet vaak kosten gerekend voor de recherches; het gemiddelde daarvoor bedraagt 4,20 euro (tien respondenten). Het gemiddelde indien één bedrag wordt gegeven voor de recherchekosten bedraagt 92,22 euro (negen respondenten). Het verdient opmerking dat in de praktijk de koper deze kosten doorgaans voor zijn rekening neemt, maar omdat partijen hier contractueel van af kunnen wijken bezigt dit artikel (en de enquête) desalniettemin de term ‘partijen’ als adressanten van de factuur. De methode van extrapoleren beschreven in de vorige alinea leidt niet tot een substantiële wijziging van deze bedragen. De herziene recherchekosten (voor respectievelijk de levering, het vestigen van het hypotheekrecht, het teniet doen gaan van het hypotheekrecht en de gehele transactie) luiden dan als volgt: 42,38 euro; 39,87 euro; 3,94 euro en 89,64 euro.