V-N Vandaag 2024/2159
Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM volgens A-G onevenredig bij gemachtigde als verwerende partij
HR (Parket) 25-10-2024, ECLI:NL:PHR:2024:1118
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
25 oktober 2024
- Zaaknummer
24/00575
24/01942
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht (V)
Europees belastingrecht / Discriminatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:311, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑02‑2025
ECLI:NL:HR:2025:156, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑01‑2025
ECLI:NL:HR:2025:46, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1118, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1140, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1141, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Wattel meent dat de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM niet in strijd is met het discriminatieverbod, maar merkt wel op dat er strijd met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel kan ontstaan wanneer als een NCNP-gemachtigde niet de eisende maar de verwerende partij optreedt.
Samenvatting
Belanghebbende, X, procedeert over de WOZ-waarde van zijn woning. Hof Den Haag verlaagt de waarde naar € 500.000, waarna B&W in cassatie gaat. Als dit cassatieberoep ongegrond wordt verklaard, heeft X recht op een proceskostenvergoeding volgens de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en BPM. De gewone uit het Bpb voortvloeiende proceskostenvergoeding moet volgens ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.